← Table of contents
Achter de schermen

Osman Pacha.

J. H. van der Hoeven translation

Toen Abdul-Hamid over Turkije nog den scepter zwaaide, werden de buitenlandsche gezelschappen, die Konstantinopel aandeden, vaak op hoog bevel uitgenoodigd te Yildiz Kiosk op te treden.

Een voordeel was dit overigens niet, hetgeen uit het volgende blijken zal.

De sultan had voor deze privé-voorstellingen naar gelang van haar beteekenis veel over, alleen gingen zijn "cachets" door zooveel handen, dat de belanghebbende directie er hoogstens een vierde van ontving.

Toen Osman Pacha, de held van Plewna, mij dan ook verzocht in het Paleis van den Sultan een voorstelling te komen geven met het vaudeville-gezelschap, waarvan Valentine Joissant de ster was, had ik daar ternauwernood ooren na, omdat ik in den Winterschouwburg "des Petits-Champs" van de hoofdstad meer kon verdienen. De beroemde generaal begreep niets van mijn terughoudendheid en drong er op aan de reden te vernemen.

Ik deelde hem mee, dat ik door mijn vroegere ervaringen steeds geld bij zoo'n voorstelling ten paleize had moeten bijpassen, waarop hij mij verzekerde, dat hij er borg voor bleef, dat ik het volle bedrag, door den sultan vastgesteld zonder één enkele korting zou ontvangen.

Hieromtrent dus gerustgesteld, besloot ik de "Dame van Maxim" voor deze gelegenheid te kiezen en de affiches werden met strooken beplakt, vermeldend, dat de avondvoorstelling eerst om elf uur zou aanvangen, omdat het gezelschap in het paleis van den sultan dien dag optrad.

De zaal van het paleis bood den gewonen aanblik. De haremdames in de loges waren aan het oog van de artiesten onttrokken door breede gazen gordijnen die van den éénen hoek van het balcon naar den anderen waren gespannen, terwijl neger-eunuchen de toegangen bewaarden, gekleed in lange zwarte overjassen. Alleen de sultan en Osman Pacha zaten in de zaal. Natuurlijk hadden de artiesten alle moeite van de wereld om in zoo'n ongezellige omgeving behoorlijk hun rollen te vertolken en wat méér zegt, de noodige "entrain" aan den dag te leggen. Het eerste bedrijf loopt ongestoord af te midden van een doodsche stilte. In het tweede bedrijf weerklinkt nu en dan het gelach der haremdames, alleen de sultan verroert zich niet.

Ontmoedigd door zoo weinig bijval, gaf ik onzen regisseur last de pauze zoo kort mogelijk te maken en terstond met het derde bedrijf aan te vangen, doch aleer dit gebeurt, komt men mij waarschuwen, dat Osman Pacha mij wenscht te spreken.

Ik ga naar hem toe.

—Zijne Majesteit is zeer in zijn schik. Het tweede bedrijf staat hem bijzonder aan. Laat dus het derde weg en laat het tweede nogmaals opvoeren.

Ik moest dit vreemde verzoek wel opvolgen en had er geen spijt van, want terwijl ik achter de schermen de zaal inkijk, zie ik een bijna onmerkbaren lach om de lippen van den heerscher der geloovigen zweven, den eenigen man ter wereld, die nooit lacht.

Na afloop word ik voor de tweede maal geroepen en ben reeds bezorgd, dat men mij opnieuw dit bedrijf zal laten spelen. Gelukkig was deze angst ongegrond.

Een hooge beambte overhandigt mij een zijden beurs vol goud, voorzien van het keizerlijk zegel.

—Laat het scherm rijzen, zei hij tot mij, en groet zijne Majesteit. Draag daarbij zorg dat zijne Majesteit zich overtuigen kan, dat men u de beurs ter hand gesteld heeft en de zegel nog ongeschonden is.

Ik verschijn ten tooneele, buig en toon de zijden beurs.

De sultan staat op, richt zijn kijker naar mij en wenkt mij, dat hij tevreden is.

Ik open de beurs op mijn bureau. Er zaten vier honderd Turksche ponden in, de eerste en eenige maal, dat ik in Turkije bij een voorstelling ten paleize het volle bedrag ontving.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings