Amerikaansche Indrukken.
J. H. van der Hoeven translation
Mijn tournée door de Vereenigde Staten met Eleonora Duse in 1896 is in alle opzichten voorspoedig geweest, zoowel artistiek als financieel met uitzondering alleen gedurende ons verblijf te Chicago, waar de groote actrice niet verkoos op te treden.
Ik had met Mme Duse gecontracteerd voor zestig voorstellingen verdeeld over New-York, Washington, Boston, Philadelphia, Chicago, Brooklyn, St.-Louis en Quibec. Den 10en Januari was ik te Hâvre met de "Bretagne" van de Trans-Atlantische Maatschappij scheep gegaan, terwijl Mme Duse twee weken later te Liverpool aan boord stapte van de "Majestic". Haar gezelschap vertrok van Genua met den "Bismarck". 27 April bevonden wij ons wederom te Parijs, nadat wij den 18en New-York hadden verlaten.
Reeds op de heenreis deed mijn goed gesternte mij kennis maken met den heer Malcolm Turner, chef van de douane, die uit respect voor de groote kunstenares haar zeven en twintig koffers ongemoeid liet. De heer Davis, vertegenwoordiger van Mr. Miner, den directeur van het "Fifth Avenue Theater", wachtte mij te New-York op en van hem ontving ik een vingerwijzing, die mij de Amerikaansche manier van optreden en zaken doen duidelijk verklaarde.
Het was bij mijn aankomst een echt hondenweer geworden. De regen gudste met stroomen van den hemel, vandaar, dat Mr. Davis een rijtuig aanhield en den koetsier vroeg:
—Hoeveel van hier naar het Fifth Avenue Theater?
—Drie dollars.
—All right!
In tien minuten waren wij aan onze bestemming aangekomen.
—Hoe nu! riep ik verwonderd uit. U betaalt drie dollar voor zoo'n kleinen afstand?
—Zeker. Ik heb twee dollar te veel betaald, doch U moet niet vergeten "time is money". Als ik was gaan afdingen en op mijn stuk was blijven staan om niet meer dan één dollar te geven, zou de goeie man geprotesteerd hebben en hoogst waarschijnlijk stonden wij er nog. Nu zijn we voor den regen geborgen, de man rijdt extra hard. Had ik hem niet betaald, wat hij mij vroeg, dan zou hij zich niet haasten, zoo mogelijk iemand aanrijden en hiermee mijn tijd in beslag nemen, dien ik inderdaad beter kan besteden. Iedereen wil hier veel geld verdienen. In plaats van ons woedend te maken op hem, die van de omstandigheden profiteert, bewonderen wij hem integendeel en spitsen wij ons op onze beurt nog meer te verdienen, zoodra wij in de gelegenheid zijn.
Te Washington—het Versailles van de Vereenigde Staten—maakte ik voor het eerst kennis met den president Grover Cleveland, die Mme Duse en mij uitgenoodigd had, hem in "La Maison Blanche" te komen bezoeken.
Zijn residentie staat trouwens voor iedereen open, zooals het onder een waar democratisch bestuur betaamt. Geen schildwacht, geen consigne, die U den toegang beletten. Wil men den president over de een of andere zaak persoonlijk spreken, men heeft zich slechts met zijn particulieren secretaris te verstaan en het onderhoud wordt verleend. Buiten deze privé audiëntie is de president driemaal per week gedurende een uur voor iedereen te spreken. Hij staat elkeen zonder onderscheid te woord en bij het afscheid nemen, reikt hij U de hand.
Groot liefhebber van tooneel had hij met zijn echtgenoote de vijf voorstellingen van Mme Duse te Washington alle bijgewoond en telkens het teeken tot applaus gegeven. Bovendien was hij zoo attent geweest, de loge van onze ster met chrysantemums en witte rozen te laten versieren. Bij het afscheid nemen bood hij Mme Duse zijn portret met opschrift aan en bedankte ook mij voor de genotvolle oogenblikken, die haar kunst hem en zijn eega hadden verschaft.
Een tweede kennismaking, waarop ik niet weinig trotsch ben, was die met Thomas Alva Edison.
Hoewel stokdoof bezocht de geniale uitvinder trouw alle voorstellingen van Mme Duse en tusschen de koulissen zag ik hoe deze "naieve reus" geheel in haar spel opging, terwijl zijn droomerige blauwe oogen elk van haar bewegingen met gespannen aandacht volgden.
Na afloop der voorstelling zond ik hem een portret van La Duse en reeds den volgenden morgen ontving ik onderstaand schrijven.
Orange, N. Y. March 20, 1896.
Dear Sir.
I beg to advise you that the Photograph of Madame Duse came safely to hand for which I am very thankful. I enclose you herewith my photograph for your self and will be very glad to have you come out and see me. I am very glad to hear that Mme Duse is going to visit my laboratory.
Yours truly, Thos. A. Edison.
Orange Park ligt aan de overzijde van den Hudson. Daar te midden van de eeuwenoude boomen, die zijn groote werkplaats beschaduwen, zijn die wonderen gewrocht, die ons dagelijksch leven als het ware hebben herschapen.
Edison ontving ons hartelijk, eenvoudig. Hij liet ons zijn instrumenten zien, als gold het de kennismaking met een simpel stuk speelgoed, zonder den minsten ophef of vertoon. Als groote gunst verzocht hij Mme Duse haar verliefde smartkreten uit het vijfde bedrijf van "la Dame aux Camélias" aan één zijner phonograafplaten toe te vertrouwen.
Een handdruk vóór zij heenging, aldus namen die twee geniale kunstenaars voor goed afscheid van elkander om zich met nieuwen moed te wijden aan de verheffing van het menschdom.
Niettegenstaande de onderlinge naijver tusschen New-York, Boston en Philadelphia zijn deze steden het eens in haar verachting voor Chicago. Een klassieke anecdote is hier het bewijs van.
—Eigenaardig toch, merkte een inwoner van Chicago op. Bij ons worden de kamers der hoogste verdiepingen steeds het eerst verhuurd.
—Verwondert U dat, luidde het antwoord van iemand uit New-York. Mij niet, want het is bekend genoeg, dat jullie altijd zoover mogelijk van elkaar verwijderd trachten te blijven.
Daar elke groote stad in de Vereenigde Staten haar eigenaardig cachet draagt, valt het den bezoeker van Boston steeds op, hoe vormelijk en correct de inwoners van Boston zich gedragen. Boston is dan ook de meest aristocratische stad van het vaste land, het middelpunt van kunsten en wetenschappen. De inwoners gaan prat er op af te stammen van de helden der onafhankelijkheid. Zag Benjamin Franklin in dit Athene van het Noorden niet het levenslicht? Toch zijn de straten van Boston verre van fraai, en twee vergeten begraafplaatsen ontsieren de voornaamste wijk, de Fremont Street.
Niettegenstaande de grootste artiesten, aangelokt door de hooge "cachets" den Amerikanen van hun kunst hebben laten genieten, ondanks het feit, dat de Vereenigde Staten zeer groote kunstenaars hebben voortgebracht, staat de vertolking der diverse kunstwerken daar steeds op een zeer laag peil.
New-York heeft twee vaste gezelschappen, waarvan die van Daly de bekendste is, welke troep te Parijs in den Vaudeville-Schouwburg eenige voorstellingen van Shakespeare's "Getemde Feeks" is komen geven. De overige tooneel-, opera- en concert-combinaties missen elke homogeniteit. Geen spoor van een duurzaam ensemble, van een hecht samenspel valt er, in welke hoofdstad ook, aan te wijzen. Alles is gebaseerd op het z.g. "stersysteem", het donkere punt in het tooneel- en muziekleven van de Vereenigde Staten.
De grootste instelling te New-York, het "Metropolitan Opera House", dat terecht een wereldreputatie geniet en waar men voor een stalles plaats minstens een pond te betalen heeft, geeft tweemaal per week een gala voorstelling met een "ster", waarbij het entree dan verdubbeld wordt. Zoo'n "ster", hoe schitterend ook bij stem, kan moeilijk alleen een voorstelling dragen. Steeds heeft men met hetzelfde euvel te kampen. Er is geen éénheid. Of de andere solisten zijn minderwaardig, òf de koren zijn te zwak en zingen valsch. De "mise en scène" lijkt eenvoudig op niets. (Dit is tegenwoordig heel wat verbeterd) en wat het orkest betreft, men merkt aan het spel der solisten dat zij hun vak verstaan, doch zelden wordt er voldoende gerepeteerd en de totaal indruk is al even bedroevend.
Wie en wat men in Amerika mist? Een man van smaak, één met een ijzeren wil, een regisseur, die van "wanten" weet, in het kort: een artistieke leiding.