← Table of contents
Achter de schermen

Jos. J. Schürmann.

J. H. van der Hoeven translation

Hoewel uit de bladzijden, die volgen reeds ondubbelzinnig blijkt wie en wat Joseph Schürmann als impresario is en beteekent, wil ik enkele bijzonderheden hier toch aan toe voegen.

Hij zelf beweert, dat het ras der groote impresarii tegenwoordig aan het uitsterven is. Van zelf komt de vraag bij ons op: Wat is een groot impresario? Een zakenman of meer een artistiek mensch? In hoofdzaak beiden te gelijk, al gaat het geldverdienen steeds vóór. Bovenal moet hij iemand zijn met den noodigen speurzin, die zijn kracht zoekt in reclame en weet wat bij het publiek in verschillende landen gewild is, kortom iemand die van aanpakken en volhouden weet.

Dit alles lijkt veel gemakkelijker op papier dan het in de praktijk uitkomt. De gebeurtenissen hier vermeld zijn daar het bewijs van, al is de inhoud door den auteur met de noodige saus toebereid om alles aantrekkelijk en smakelijk te maken.

Joseph Schürmann heeft thans als impresario reeds een vijf- en dertigjarige ervaring achter den rug. Rotterdammer van geboorte, waar hij 2 April 1857 het levenslicht zag, woont hij, wanneer hij natuurlijk niet "en tournée" is, sedert 1880 te Parijs of daarbuiten, zoodat hij in smaak en manieren zoo goed als "verfranscht" is. Van jongs af behoorde zijn hart aan het tooneel. In het kleedermagazijn van zijn vader speelde hij met vriendjes na schooltijd reeds komedie en toen hij later op kostschool te Velp kwam, studeerde hij met zijn kameraden een eigen geschreven drama over het Schrikbewind in, zelf als Robespierre optredend, welken bijnaam hij bij de Velpenaren langen tijd behield.

Toen hij weer te Rotterdam in de zaak van zijn vader terugkwam, zat de drang naar het avontuurlijke te zeer bij hem in het bloed om een rechtgeaard lakenkoopman te worden. Uit zijn eigen mond mocht ik vernemen, hoe hij in den boekhandel van mijn vader, waar hij steeds in de nieuwste Fransche romans stond te snuffelen, kennis maakte met Ed. Douwes Dekker (Multatuli), met Domela Nieuwenhuis en hier vaak Louis Bouwmeester ontmoette, voor wiens gezelschap hij tooneelstukken van het Fransch in het Nederlandsch omwerkte, waarvoor hij vrijen toegang tot den schouwburg kreeg.

In die jaren stelde zijn vader hem tot chef aan van een filiaal te Amsterdam. Hier besteedde hij den meesten tijd wederom aan het schrijven voor tooneel. In 1878 nam het "Nederl. Tooneel" zelfs een stuk van hem, getiteld "Gabrielle" aan, dat bij de opvoering echter niet in den smaak viel. Gelijktijdig vertoonde een Fransch gezelschap van Réné en Chamonin in het Grand-Théâter in de Amstelstraat zijn tooneelspel in 3 bedrijven "Josepha", dat Schürmann aan Alexandre Dumas fils had opgedragen en waarvan hij hem een exemplaar had doen toekomen.

Dumas schreef hem toen terug: "J'accepte avec le plus grand plaisir votre dédicace et je vous souhaite le plus grand succès."

De roep over Sarah Bernhardt te Parijs was tot Holland doorgedrongen. Op voorstel van den heer Abraham van Lier zou Joseph Schürmann de groote ster trachten over te halen eenige voorstellingen in onze Amstelstad te komen geven. Dit gelukte hem en van nu af was hij voor den lakenhandel verloren, hij liet Sarah niet meer los. Toen zij dan ook met den Engelschen impresario Jarrett een contract afsloot voor een "tournée" door de Vereenigde Staten, maakte Schürmann de reis mee als secretaris-journalist. De grondsteen was gelegd. Schürmann besloot voor eigen rekening met groote artiesten op reis te gaan en zich als "impresario" te Parijs te vestigen.

Natuurlijk vergat hij zijn geboorteland niet, want bij het arrangeeren van zijn "tournées" kreeg Holland steeds een eereplaats, hoewel hij er financieel bij ons nooit sterk op vooruit ging.

De sterren, die hij o.a. hier te land geintroduceerd heeft zijn behalve Sarah Bernhardt in 1881 en 82, Mme Favart, Anna Judic, Céline Chaumont, Antoine met zijn "Théâtre Libre" (1892-93.), Mmes Segond-Wéber, Eleonora Duse, Agnes Sorma, Mlle Moréno, het théâter Maeterlinck, het orkest van Lamoureux en in de laatste jaren het thans ontbonden "Neues Schauspielhaus" van Berlijn.

Sterren als Adelina Patti, die hem tien duizend francs per voorstelling kostten, pianisten als Rubinstein en Paderewski waren voor Holland te kostbaar en moesten hier uit een financieel oogpunt fiasco maken. Schürmann, die meestal met kunstenaars en kunstenaressen van den eersten rang op reis gaat, is van zelf op de groote wereldkunstcentra aangewezen. Hier heeft hij vele vorsten en dignitarissen ontmoet, waarvan hij zoo pittig weet te verhalen. De meeste gegevens zijn door mij dan ook ontleend aan zijn "Les Etoiles en voyage", "Une Tournée en Amérique", en enkele Fransche kunstbladen, waaraan Schürmann nu en dan meewerkt. De grootste eer, die hij onze kunst en ons land heeft aangedaan: Door zijn toedoen heeft Louis Bouwmeester met de leden van het Nederl. Tooneel enkele tooneelen uit "De Koopman van Venetië" te Parijs in het Théâter Français kunnen vertoonen, in een taal, die nog nimmer op de planken van het "Huis van Moliere" weerklonken had.

Het zij Schürmann vergund nog vele celebriteiten aan de reeds respectabele serie artiesten toe te voegen en over hun wel en wee nog veel interessants mee te deelen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings