← Table of contents
Achter de schermen

Gayarré.

J. H. van der Hoeven translation

De Spaansche tenor Gayarré heeft met Angelo Massini de zelfde populariteit gekend, die thans Caruso te beurt valt.

Volleerd zanger en bovendien een groot artiest, schuilde er in zijn stem iets, dat de ziel roerde, niettegenstaande hij soms door den neus zong. Hij was de afgod van het publiek in zijn geboorteland, doch heeft ook in de Groote Opera te Parijs en in andere steden van Europa en Amerika triumfen gevierd. Hij verdiende geregeld 5000 francs per voorstelling, bij welk bedrag nog de talrijke kostbare geschenken gevoegd kunnen worden, die hem overal werden aangeboden.

Door mij geëngageerd om tegelijk met Adelina Patti in "Traviata", "De Barbier uit Sevilla" en "Lucie di Lammermoor" op te treden, evenaardde zijn succes vaak het hare, hetgeen heel wat zeggen wil, als men nagaat dat deze onvergelijkelijke nachtegaal een kwart eeuw lang door alle muziekliefhebbers op de handen is gedragen.

Daar wij vier voorstellingen te Barcelona hadden te geven, waren wij in het hotel "Les Quatre Saisons" op de Rambla del Cantra afgestapt. 's Morgens aan ons ontbijt zien wij, dat twee bejaarde mannen zich vlak voor ons open venster posteeren, op wier gezicht hun nijpend gebrek te lezen stond. Terwijl de één met bevende hand de vioolsnaren bestreek, zong de ander met schor geluid de cavatine uit "Faust", doch hoezeer zijn stem ook geleden had, men kon zijn zangtechniek wel degelijk nog onderscheiden. Niemand lette echter op hen en geen enkel geldstuk werd hun gegeven. Toen Gayarré dat zag, trok hij zich hun lot terstond aan. Wie weet wat deze achteruitgegane artiesten al doorgemaakt hebben, zei hij tot mij. Misschien hebben zij van morgen niet eens gegeten. Laten wij hun een gelukkigen dag bezorgen.

—Goed, laten we hun elk een louis geven.

—In orde, doch we moeten met wat anders beginnen.

—Wat bedoel je?

—Ik zal in hun plaats gaan zingen en jij moet met je hoed rondgaan. Ik ben zeker dat we heel wat zullen ophalen.

—Dat meen je toch niet?

—Wis en zeker en wel terstond. Iedereen kent me hier en nog nimmer heeft het publiek me voor zoo'n geringen prijs hooren zingen. Kom mee.

Of ik wilde of niet ik moest hem wel volgen. Bovendien we deden er een goede daad mee.

Gayarré naderde den vioolspeler, vroeg naar zijn repertoire en de plaats van den ouden zanger innemend, begon hij lustig de groote aria van "Traviata" te zingen. In minder dan geen tijd stroomde het publiek toe en omringde ons groepje, terwijl men van alle kanten riep: "Gayarré, hij is het!" ... "Het is Gayarré!" ...

Toen hij zijn lied ten einde had gezongen, ging ik met mijn hoed rond. Zilver en koperstukken vielen er bij hoopjes in, zelfs hier en daar een goudstukje. Bij natellen hadden we over de 874 francs opgehaald, die wij den overgelukkigen oudjes ter hand stelden.

—Welnu, Schürmann, sprak Gayarré, toen wij weer aan de ontbijttafel zaten, ben je tevreden over de recette? Wat mij betreft, van mijn leven heb ik nog nooit met zoo'n genoegen een lied gezongen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings