← Table of contents
Achter de schermen

Elena Sanz.

J. H. van der Hoeven translation

In het voorjaar van 1890 kreeg ik op een goeden dag bezoek van Elena Sanz, de beroemde Spaansche zangeres, die na langen tijd de aangebeden ster van den Koninklijken Schouwburg te Madrid te zijn geweest, het tooneel van haar triumphen had vaarwel gezegd, om zich geheel aan het geluk van haar koninklijken minnaar Alphonse XII te wijden.

Twee kinderen, Alphonso en Fernando, die sprekend op hun vader geleken, waren het gevolg van deze intieme verhouding en Elena had zich jaren lang met volle liefde aan de opvoeding dezer prinsjes gegeven, tot zij tot flinke jongens waren opgegroeid. Iedereen meende dan ook dat zij voor goed van het tooneel afscheid had genomen, doch plotseling kreeg het verlangen naar de planken weer de overhand; zij meende dat zij zich slechts opnieuw in het publiek te vertoonen had, om haar vroegere successen wederom deelachtig te worden. Zij zag niet in of wilde niet begrijpen, dat deze jaren van rust, haar lichaamsomvang hadden doen toenemen. Van haar vroegere schoonheid had zij alleen haar mooie, uitdrukkingsvolle oogen behouden en wat haar stem betrof, de bekoring was grootendeels verdwenen, al klonk ze nog zuiver.

Ik gevoelde weinig lust met haar een "tournée" te beginnen, overtuigd, dat wij in plaats van een succes eerder fiasco zouden maken, hetgeen ik haar openlijk meedeelde.

—U wil dus niet? U vergeet, meneer Schürmann, dat behalve mijn stem ik nog een andere attractie op het publiek heb. Ik ben immers een halve koningin.

—Mevrouw, het spijt me, mijn seizoen is zoo goed als bezet en het is te laat om nu nog de noodige schouwburgen te kunnen huren.

—Ook niet, wanneer ik de kosten op mij neem?

—Ik wil u niet gaarne aan een verlies blootstellen.

—Dat gaat mij alleen aan. Ik wil alle uitgaven dragen. Of er winst of verlies wordt gemaakt, behoeft u u niet aan te trekken. U maakt de route voor mij in orde, huurt voor mijn rekening de zalen en zorgt voor de noodige reclame, zooals u dat verstaat en gewoon zijt. Ik reken hier op en geef u voor uw arbeid en tijdverlies tien duizend francs.

Moeilijk kon ik langer bezwaren maken en nam tegen wil en dank haar voorstel aan. Mme Sanz gaf mij bovendien een bedrag van vijf duizend francs om de eerste kosten te dekken. Zij had een uitsluitend Spaansch schouwspel gecombineerd, dat zij "Noches de Espana" noemde. Twee en dertig danseressen van Cadix en Malaga in nationaal costuum van de provincies van Spanje zouden de Malagenas, Peterenas, Habaneras vertoonen, die later door de bekende Otero en andere beroemde danseressen over de geheele wereld gedanst zijn, maar toen voor de meesten nog gloednieuw. Zij zelf zou in de "entre acten" liederen uit "Carmen" en "Orpheus" ten beste geven met medewerking van den bariton Lauwers, een Belg, die op de Colonne-concerten reeds met groot succes was opgetreden.

Zij bouwde minder op haar vroeger succes dan wel op de bekendheid van haar relatie tot den koning bij het buitenlandsch publiek, dat zeker niet de gelegenheid zou laten voorbijgaan de maitresse van een regeerend vorst van nabij te zien. Zij rekende er verder heimelijk op overal met groote onderscheiding ontvangen te worden en nam daarom ook haar twee jongens mee, die met hun gouverneur elken avond de voorstelling zouden bijwonen.

Al mijn bezwaren hadden op haar geen uitwerking. Zij had zich dit nu eenmaal voorgenomen en ik was niet in staat haar die verwachtingen uit het hoofd te praten. Zij droeg mij zelfs op er voor te willen zorgen, dat de verschillende autoriteiten haar waardig zouden kunnen ontvangen.

Behalve een tiental schouwburgen in Duitschland en Oostenrijk, had ik te Amsterdam, den Haag en Rotterdam eveneens een zaal weten te huren. Om mijn goed betalende zangeres tot vriend te houden had ik mijn broeder te Amsterdam geschreven op de een of andere manier haar een waardige ontvangst te bereiden, na hem haar "idée-fixe" in kleuren en geuren te hebben meegedeeld.

Hij antwoordde mij: Wees gerust, zij zal haar zin hebben, hoe blijft een verrassing.

Onze trein komt in Amsterdam aan. Op het perron staat mijn broeder met een deftig in het zwart gekleed heer, een veelkleurig lintje in zijn knoopsgat, ons op te wachten.

Ik kijk dien heer oplettend aan en herken in hem mijn ouden vriend Canter, eigenaar van een heerenconfectiezaak hier ter stede. Mijn broer wenkt mij niets te laten merken, nadert Elena Sanz, en haar zijn metgezel voorstellend:

—Veroorloof mij, mevrouw u aan Zijn Excellentie, den minister van Schoone Kunsten voor te stellen, die namens onze regeering u komt verwelkomen.

De meneer drukt een kus op Elena's vleezige hand en steekt zijn van buiten geleerde speech af.

Elena, ten zeerste voldaan noodigt hem uit haar naar haar hotel te volgen, terwijl mijn broer en ik ons uit de voeten maken.

—Ben jij van Lotje getikt om zoo iets te durven uithalen. Als zij nu verneemt, dat wij in Holland niet eens een minister van Schoone Kunsten rijk zijn?

Mijn broeder antwoordt doodleuk: Dit plannetje leek mij het eenvoudigst, morgen is zij weer vertrokken en onze vriend Canter zal vandaag wel in zijn rol weten te blijven.

Dat deed onze "minister", alsof het zijn dagelijksch werk was. Den geheelen dag liet hij haar geen oogenblik in den steek en volgde haar als 'r schaduw. Hij nam haar uitnoodiging, om samen te dineeren aan en verliet haar eerst bij den artiesten-ingang onder belofte in de pauze haar nogmaals te komen bezoeken. Tot groote verwondering van Elena Sanz verscheen hij echter niet meer en toen zij naar verschillende kanten vroeg, waar de minister van Schoone Kunsten bleef, keek men haar wel verwonderd aan, doch bleef haar het antwoord schuldig. Canter beangst, dat deze mystificatie zou uitlekken had 'm stil geknepen. Z'n taak was trouwens geeindigd.

Den volgenden dag moesten wij naar den Haag. Wie beschrijft de verbazing van Elena, toen zij de Kalverstraat doorrijdend om zich naar het station te begeven aan de deur van zijn magazijn onzen "minister" herkende, bezig een boertje een jas aan te praten.

Zou zij toen reeds iets vermoed hebben, of zou zij alleen verrast zijn geweest over zoo'n sprekende "gelijkenis"?

Te Weenen was Elena Sanz op het dwaze denkbeeld gekomen om op het oogenblik dat de voorstelling zou aanvangen en iedereen zijn plaats reeds had ingenomen, haar twee jongens in korten broek met zijden kousen, en claque onder den arm, voorafgegaan door twee gepoederde lakeien en gevolgd door hun gouverneur naar de zaal te zenden, die onder groote nieuwsgierigheid en gelach van de toeschouwers hun gereserveerde plaatsen gingen innemen. De verschijning van Elena Sanz lokte eveneens een spottend lachen uit. Men maakte luide aanmerkingen op den smaak van den afwezigen monarch, die eenmaal voor de thans zoo welgedane zangeres gegloeid had en wiens nakomelingsschap thans in het publiek vertoond werd.

Toen werd het Elena Sanz eerst recht duidelijk, dat zij eerder naar mijn raad had moeten luisteren en aan deze dwaze vertooning, die niets artistieks had, een einde te maken. Zij zag van de verdere "tournée" liever af, trok zich terug op haar buitenverblijf te Billancourt, waar zij tot haar dood is voortgegaan met als rouwende vorstin te midden van een hofhouding van gepatenteerde klaploopers te leven, die haar kinderen met "Hoogheid" aanspraken in ruil voor een diner of een goudstuk. De arme vrouw, die overigens een goed karakter had, meende steeds door de wettige koningin van Spanje te kort gedaan te worden en bij het overlijden van Alphonse XII eischte zij voor haar kinderen titel en fortuin op, welke haar bij gerechtelijke uitspraak voor goed geweigerd werden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings