Isadora Duncan.
J. H. van der Hoeven translation
Haar eerste optreden te Parijs in de groote zaal van het "Trocadero" genoot niet die geestdriftige ontvangst, waarop de blootvoetige danseres meende te mogen rekenen. Alleen een klein groepje artiesten, schilders, beeldhouwers en enkele verlichte kunstliefhebbers hadden het belang van deze hervorming der danskunst ingezien en begrepen. De kritiek bleef zich sceptisch, onverschillig toonen, terwijl het publiek schitterde door afwezigheid.
Vol vertrouwen en bewust van haar artistieke waarde keerde de Amerikaansche danseres naar Duitschland terug, waar zij reeds eerder een trouwe schaar bewonderaars zich had verworven. Zij vond hier steun bij enkele rijke kunstbeschermers, die haar in staat stelden in de nabijheid van Berlijn in het Grünewald een school voor jonge meisjes op te richten, die zij volgens haar voorschriften zou opleiden. Een twintigtal leerlingen werden haar door ouders, waarvan de meesten onbemiddeld waren, toevertrouwd, op voorwaarde, dat zij hun dochters tot haar achttiende jaar geheel op eigen kosten zou onderhouden en voor haar artistieke en moreele opvoeding zorg zou dragen. Onder leiding van haar zuster en van door haar gekozen leeraren maakten deze meisjes zulke snelle vorderingen, dat zij na afloop van één studiejaar zich reeds in het publiek konden vertoonen en Isadora Duncan bij haar antieke dansen behulpzaam waren.
Tijdens de voorstellingen te Berlijn ontving miss Duncan een brief van één harer landgenooten, miss Maud Allan, waarin zij vol bewondering voor de groote danseres haar verzocht de uitvoeringen van nabij te mogen bijwonen. Niet genoegzaam bij kas telkens een fauteuil te bekostigen, wilde zij gaarne elken avond de voorstelling tusschen de coulissen volgen. Isadora Duncan stond haar dit gaarne toe en van nu af woonde de jeugdige Amerikaansche de artistieke evolutiën van miss Duncan en haar klasse geregeld achter de schermen bij.
Het succes dezer voorstellingen tart elke beschrijving. Men was hier letterlijk verzot op deze nieuwe kunst. Litteratoren van naam, de beroemdste kritici schreven over haar danskunst artikelen vol bewondering en het publiek bleef toestroomen, terwijl men recettes maakte van tien à twaalf duizend francs. De directie van de keizerlijke schouwburgen in Rusland verzocht miss Duncan en haar leerlingen naar Petersburg en Moskou te komen. De geestdrift der Slaven overtrof zelfs die der Duitschers, overal trad zij voor uitverkochte zalen op. Om het publiek van andere steden tevreden te stellen bezocht men eveneens Kiew, Charkow, Odessa en Warschau.
Na Rusland kwam Holland aan de beurt. Ook hier te lande werd met de gewoonlijke reserve en nuchterheid gebroken en ontstond er een ware "rage" Duncan te zien dansen, hetgeen in een spotlied van den Hollandschen zanger Speenhoff vereeuwigd is. Ik vond daarom het oogenblik gunstig een serie voorstellingen te Londen te geven, waar miss Duncan eerst weinig lust in scheen te hebben. Zij liet zich evenwel door mij bepraten en na een contract voor dertig voorstellingen te hebben afgesloten, begaven wij ons naar Engelands hoofdstad. Ik stuitte echter terstond op een groote moeilijkheid. Reeds een half jaar lang werd de grootste en fraaiste "music-hall" der metropool, het "Palace-Theâter" druk bezocht om miss Maud Allan als "Salomé" en in andere exotische creaties te zien dansen, die alle door miss Duncan reeds waren vertoond. De kleine Amerikaansche, die te Berlijn haar oogen goed de kost had gegeven, had zich te Londen als een eerste ster ontwikkeld en was de lieveling van het publiek geworden.
Voor het Londensch publiek was zij de uitvindster van deze nieuwe dansen en werd zij eveneens als de hervormster der antieke dansen beschouwd. Alle andere groote "music-halls" trachtten nu danseressen met bloote beenen te lanceeren, doch zonder succès, want men ontdekte spoedig, dat dit namaak was. Een oogenblik was ik bang, dat miss Duncan hier evenmin in den smaak zou vallen. Niettegenstaande mijn angst sloot ik met Charles Frohmann een contract af voor de maanden Mei en Juni, waarbij miss Duncan zou optreden in den "Duke of York" schouwburg.
Alles liep in den beginne vlot van stapel. Er was voor veel geld reeds besproken en ik had reden me zelf geluk te wenschen. Onze Berlijnsche gast zou echter weldra roet in het eten werpen, want zij gaf in enkele interviews te kennen, dat miss Isadora Duncan haar volkomen onbekend was en zij nog nimmer van haar had hooren spreken; dat de antieke dansen door haar uitgevonden en haar uitsluitend eigendom waren en wanneer er tenslotte toch een miss Duncan bestond, zij waarschijnlijk één van die talrijke navolgsters moest zijn, die het publiek wel van de wàre danseressen zou weten te onderscheiden.
Frohmann was gewoon perplex over die brutaliteit, temeer, omdat het publiek aan de woorden van Maud Allan geloof sloeg. Gelukkig wist ik nog bijtijds dit gevaar af te wenden, want miss Duncan bezat nog altijd een schrijven van haar uit Berlijn, dat ik zoo vrij was in de kranten te laten publiceeren. Dit hielp. Bij de eerste voorstelling "De dansen van Iphigenia" was het gebouw tjokvol en wel met een elite publiek, nieuwsgierig hun oordeel over beide mededingsters te vellen. Miss Duncan nam ook hier aller harten stormenderhand in. Gedurende een maand was avond aan avond de zaal zoo goed als uitverkocht. Koning Edward VII vereerde ons driemaal met zijn tegenwoordigheid en droeg mij op miss Duncan zijn bewondering voor haar kunst over te brengen. Koningin Alexandra is zelfs zeven maal de voorstelling bij komen wonen. Wegens dit ongeëvenaard succes haastte Frohmann zich met mij een contract te sluiten voor een tournée van twintig weken door Noord-Amerika.
Wij zouden tegen September te New-York onzer voorstellingen aanvangen. Vanaf begin Juli kreeg ik telegram op telegram met dringend verzoek om reeds in Augustus te beginnen. Eerst weigerde ik, maar de belofte van de schitterende recettes, die mij te wachten stonden, deden mij besluiten toe te geven.
Wij kwamen te New-York aan toen het daar snikheet was, vandaar dat iedereen, die het maar eenigszins doen kon de stad ontvlucht was om aan zee wat koelte te zoeken. Onder die omstandigheden trad Miss Duncan voor stoelen en banken op. Frohmann woedend over deze mislukte speculatie wilde niet toegeven, dat hij zelf de schuld hiervan droeg door eigenzinnig in deze hondsdagen met onze tournée te beginnen. Men maakte nauwelijks 1000 dollar gemiddeld per dag, wat gegeven de ontzaglijke onkosten—in Amerika zijn èn de huur, de publiciteit, de orkestleden èn overige employés wel vijf maal zoo duur als in Europa—geen geringe tegenvaller was. Ons "deficit" werd dan ook bij den dag grooter. Wij trekken naar Ontario, bezoeken Philadelphia en Boston, doch de ondragelijke hitte neemt niets af en het resultaat is al even bedroevend, niettegenstaande Miss Duncan, die nu zonder haar leerlingen reist, steeds op een artistiek succès kan bogen.
Ontmoedigd toont Frohmann zich thans een volbloed Yankee. "It is a failure, I made a mistake," dus stop gezet met verdere reclame, de zaak is nu eenmaal toch verloren. Elken avond wordt het aantal orkestleden ingekort. Per contract had ik recht op twee en dertig, weldra blijven er slechts vijftien over en of ik al reclameer, het helpt geen zier. Mr. Frohmann blijft onzichtbaar en zijn "manager" Mr. Hayman mompelt bij elke nieuwe reclamatie kort af: "Go to hell!" .... Wanneer hij goed geluimd is, geeft hij mij den raad het contract eenvoudig te verbreken en naar Europa terug te keeren. Eindelijk komen we te Buffalo aan. In het geheel zijn er nu nog maar zeven orkestleden aanwezig. Om de orkestruimte aan te vullen, had men notabene! wat kerels van de straat genomen, die van hun leven misschien nog geen instrument in handen hadden gehad. Op zoo'n manier moest ik het bijltje er wel bij neer leggen om de reputatie van Miss Duncan er niet verder aan te wagen en haar voor een eventueel echec te vrijwaren. Dies zocht ik voor de zooveelste maal Mr. Hayman op en verklaarde de tournée verder op te zullen geven, op voorwaarde, dat de terugreis naar Europa van Miss Duncan en mijn personeel op kosten van Charles Frohmann zou geschieden, hetgeen hij aannam.
Te New-York teruggekeerd besloot ik met het symphonie orkest van Walter Damrosch één enkele buitengewone matinée in het "Metropolitan-Opera-House" te geven. Nauwelijks zijn de affiches aangeplakt of het bespreekbureau wordt bestormd, het deftige publiek is inmiddels van hun buitenverblijven teruggekeerd en ik was de eerste die daar nu partij van trok. In plaats van een schamele duizend dollar, die wij onder leiding van den ondervoorzitter der Amerikaansche tooneeltrust hadden geind, maakte deze matinée wel zeven maal zooveel en Miss Duncan heeft bovendien een overweldigend succès.
Deze eerste matinée wordt dan ook door zes andere gevolgd en de ontvangsten wisselen tusschen de 35 à 40 duizend francs. Opnieuw bezoek ik nu Boston, Chicago, Philadelphia. Overal waar wij eerst zoo'n financieelen pech hadden, stroomt nu het geld binnen, zoodat Miss Duncan aan het einde van haar kunstreis niet minder dan vier honderd duizend francs overhield.
Groote ergernis van Frohmann, die zich zoozeer in zijn "flair" bedrogen had. Hij was echter nog niet van mij af, daar hij geweigerd had de kosten van de terugreis te dragen en ik een ander contract voor een aantal voorstellingen door Mimi Aguglia en haar Siciliaansch gezelschap te New-York met Frohmann loopende had. Ik telegrafeer aan mijn secretaris, dat hij voorloopig maar niet op het betwiste bedrag moet aandringen en dat ik zelf bij mijn komst te New-York het wel zal komen regelen.
Ik had echter al even weinig succes als mijn secretaris en daar ik niet van plan was Frohmann ongeveer vijf duizend francs te schenken, besloot ik een advocaat te raadplegen, die mij een procès ten zeerste afried. Primo zou mij dit een schep geld kosten en secundo zou het zeer twijfelachtig zijn of ik op den langen duur iets van Frohmann los kreeg. Toen kwam ik plotseling op het volgend denkbeeld. Frohmann logeerde in het zelfde hotel Astor. Ik verzocht hem om een onderhoud, dat hij mij terstond verleende, daar hij op 't punt stond naar Chicago te reizen.
—Waarde Vriend, neem me niet kwalijk, dat ik je kom derangeeren, maar ik reken er op, dat je me uit de verlegenheid redt. Ik heb mijn gezelschap te betalen en ben op 't oogenblik zonder voldoende contanten.
Om geld te laten overkomen, zelfs per telegram gaan minstens drie dagen heen, kun je me niet een zes duizend francs leenen?
—"All right" en meteen teekende hij een cheque van twaalf honderd dollar. Den volgenden dag ontving hij onderstaanden aangeteekenden brief.
Waarde Vriend. Je hebt me gisteren zes duizend francs geleend. Daar ik evenwel een vijf duizend te vorderen heb voor de onkosten der terugreis van Miss Duncan, zal ik het resteerende tot je beschikking houden en daarmee zijn we dan quitte. Met handdruk,
Jos. J. Schürmann.
De beroemde manager mag bij zich zelf gevloekt hebben. Ik was op de "Provence" toen hij mijn brief ontving en goed en wel met zijn cheque op weg naar Frankrijk. Hij hield zich evenwel niet voor geslagen en eischte bij mijn terugkeer te Parijs het geld op. Dit was juist wat ik op het oog had. Onze kwestie te laten uitvechten voor het Fransche gerecht. Het procès kwam voor het "Tribunal de commerce" en Frohmann werd voor het verschuldigde bedrag veroordeeld plus de kosten. Het bedrag van zijn cheque was hiermee terugbetaald en ik had over mijn machtigen tegenstander gezegevierd.
"Tournées" door Amerika zijn voor impresario's steeds een gevaarlijke onderneming, vooral tooneelvoorstellingen in een vreemde taal. Men kan de dwaaste stukken met de onbeteekenendste artisten in het Engelsch vertoonen en geld maken, doch komt er een Fransch of Italiaansch gezelschap met aan het hoofd een ster van den eersten rang naar de Vereenigde Staten, dan heeft men veel kans niet eens de kosten goed te maken.
Réjane, Mounet-Sully, Novelli, Mimi Aguglia speelden daar vaak voor stoelen en banken, alleen Sarah Bernhardt en Eleonora Duse, de eerste nog meer dan de tweede, hebben er steeds het grootste succès gehad. Men kwam niet om te oordeelen of om haar spel, doch alleen en uitsluitend om te kunnen zeggen: "We hebben haar gezien!"
Niettegenstaande de opwekkende kranten artikelen en een uitstekend geschreven kroniek van Allan Dale, den Sarcey van New-York, een uitgebreide publiciteit in de "New York Herald", die meer dan vijftien portretten van Mimi Aguglia in verschillende rollen opnam, maakten we ternauwernood een half volle zaal, terwijl ik bovendien een groot electrisch reclamebord boven den Broadway Schouwburg had laten plaatsen: "De beroemde Mimi en haar Siciliaansche artisten." Toch telt New York meer dan vier honderd duizend Italianen, waaronder een honderd duizend Siciliërs.
Réjane deelde in het zelfde lot. Bij Mounet-Sully was het nog slimmer. Men weigerde zelfs van de vrijbilletten gebruik te maken.
Iemand, die mij een dienst had bewezen en wien ik een entrée aanbood, was er niet het minst op gesteld.
—Ik versta hem niet. Ik neem best aan, dat hij één der eerste artiesten is, dat vertellen mij reeds de kranten, maar om den geheelen avond klanken te hooren, die ik niet versta, dank je wel!
Er viel niets tegen in te brengen..... Met uitzondering van opera's maakt men in Amerika gewoonlijk geen recettes, tenzij in de taal van het land.
English for ever!