Ernesto Nicolini.
J. H. van der Hoeven translation
Franschman van origine heeft Ernest Nicolas na zijn huwelijk met Adelina Patti, zich steeds Ernesto Nicolini laten noemen. Begiftigd met een schoone stem miste hij artistiek gevoel en smaak en was daarbij een beslist tegenstander van moderne muziek, die van de zangers iets meer dan uitsluitend een mooie stem vereischt. Zoo hij dan ook niet de markiezin de Caux op zijn weg ontmoet had, meer bekend onder haar eigen naam: Adelina Patti, welke wereldberoemd werd, zou hij met zijn optreden in "Aida", "Lucie" en "Traviata" nimmer zoo'n opgang gemaakt hebben.
Eenmaal de echtgenoot van "La Patti", trad hij geregeld met haar op en oogstte naast haar de grootste triumphen. Op betreklijk nog jeugdigen leeftijd nam hij afscheid van de planken om zich uitsluitend in te laten met het beheer van de financieele belangen van zijn beroemde echtgenoote. Hij stelde haar repertoire vast, teekende de contracten en wist haar fortuin steeds meer en meer te vergrooten. Zijn afkeer en zijn gering begrip van elke nieuwe richting in de muzikale concepties der groote componisten waren oorzaak, dat La Patti zich nimmer aan het repertoire van Richard Wagner gewaagd heeft.
Als zij dat gewild had zou zij als Eva in de "Meistersinger" of als Senta in de "Fliegende Hollander" beslist furore gemaakt hebben, doch hij oordeelde dat haar Rosina, Violetta en Lucie genoeg opbrachten, en wilde van geen enkele nieuwe creatie weten.
In 1885 heeft hij nog éénmaal meegezongen en wel bij de reeds meer besproken tournée van La Patti in Spanje. De vier voorstellingen, die wij te Barcelona zouden geven, had onder de Catalonische bevolking zoozeer de belangstelling gaande gemaakt, dat er reeds vooruit voor 20.000 francs besproken was.
Als eerste voorstelling ging "Traviata" met La Patti als Violetta en Stagno als Alfredo. Daar kort te voren deze partij nog door Gayarré, den beroemden Spaanschen tenor hier gezongen was, gaf Stagno plotseling voor, niet bij stem te zijn en weigerde op te treden. Daar hij den volgenden dag wel goed bij stem was in den "Barbier", in welke rol hij de concurrentie van Gayarré niet vreesde, was dit voorgeven van heeschheid maar een uitvlucht om zich niet aan een vergelijking met Gayarré bloot te stellen.
Stagno hield voet bij stuk en ik was door zijn weigering in groote moeilijkheid geraakt. Ten einde raad besloot ik Nicolini te polsen, of hij voor een enkele maal zijn oude rol van Alfredo nog eens zou willen opnemen om mij uit de verlegenheid te helpen en ik deed dit verzoek gepaard gaan met de aanbieding van een zeer kostbare diamanten dasspeld. Hoewel Nicolini in geen acht jaar meer gezongen had, scheen dit geschenk toch den doorslag te geven. Nicolini verklaarde zich bereid en ik haastte mij over de affiches de volgende aankondiging te laten plakken.
"M. Stagno weigert als Alfredo op te treden. M. Nicolini zal hem in deze rol vervangen. Zij, wien deze mutatie niet aanstaat, zijn gerechtigd hun entreegeld aan de kas terug te halen."
Eenige duizenden francs werden teruggegeven, doch de billetten werden terstond door anderen gekocht, zoodat de zaal overvol was, toen het gordijn opging.
Bij het verschijnen van La Patti klinkt plotseling een helsch gefluit en geschreeuw, en als Nicolini ook zijn mond open doet, verdubbelt het lawaai nog in omvang. Men laat het scherm weer zakken. Maar zoodra men het ophaalt, begint het kabaal opnieuw.
Ik laat wederom "halen" en verschijn nu zelf voor het voetlicht: "Dames en Heeren. Er moet hier een vooruit georganiseerd kabaal achter schuilen, want Mme Patti is van haar leven nog nooit uitgefloten geworden en de rolverandering van den tenor werd vooruit aangekondigd. Ik verzoek u dus beleefd doch dringend mijn artiesten verder ongemoeid te laten."
Dit scheen te helpen, want de voorstelling kon nu zoo goed en zoo kwaad als het ging haar verloop hebben.
Het bewijs dat deze herrie door Stagno zelf aangericht was, werd mij duidelijk, toen ik vernam, dat de teruggegeven billetten door zijn vrienden en handlangers waren opgekocht en hij zich de luxe had willen permitteeren om Nicolini te laten uitfluiten en met hem natuurlijk tevens La Patti.
Deze laatste was niet weinig verstoord, hetgeen zich begrijpen laat. Voor de eerste maal in haar leven door haar eigen landgenooten uitgefloten! Op staanden voet wilde zij uit Barcelona vertrekken.
Om deze schade en schande te voorkomen, verzon ik de volgende list.
Ik had in Barcelona kennis gemaakt met den zoon van een invloedrijk bankier M. Coll y Rataflutis. Hem zocht ik na afloop der voorstelling terstond op.
—U hebt hier vele relaties, niet waar?
—Natuurlijk. Vader staat met de deftigste families hier ter stede in betrekking. Maar waarom vraagt u me dat?
—Bezit u misschien ook hun naamkaartjes?
—Wel mogelijk, ik zal eens nazien.
Een kwartier later zat M. Coll y Rataflutis met nog een vriend, mijn secretaris en mijn eigen persoontje de naamkaartjes met volgende staaltjes van geestdriftig huldebetoon en verontwaardiging te onderteekenen.
Zangvogeltje, verlaat ons niet!... Zijn die ellendelingen doof!... La Patti uitfluiten is God beleedigen!... Men schaamt zich een Spanjaard te zijn!... Hemelsche harp, weerklink nog eenmaal!... Mijn spijt voor het wangedrag mijner landgenooten... enz. enz.
Den tooneelknecht, behoorlijk op de hoogte gebracht werd opgedragen deze naamkaartjes, waarop de "haute fleur" van Barcelona gedrukt stond, telkens bij pakjes van tien bij La Patti aan huis te bezorgen.
Toen ik 's middags bij haar mijn opwachting maakte, sprong zij me om den hals en riep uit: Ik blijf! O, als je eens wist hoe galant die Spanjaarden toch kunnen zijn...
Ik kon me met moeite goed houden, doch La Patti merkte gelukkig niets.