← Table of contents
Poëzy

'T IS VOLBRACHT.

Reading edition

Op den Berg der Jammren, Herder zonder lammren, Sprakeloos en koud, Met gebroken oogen, 't Heilig hoofd gebogen, Hangt de Heer aan 't hout. Welk een throon Voor 's Vaders Zoon! Is dan 't gapend graf een woning Voor den Hemelkoning?

Ach, wat angsten lijdt Hij! Ach, wat doodskamp strijdt Hij, Bloedende overal! Is van al Zijn vrinden Dan niet éen te vinden Die Hem redden zal? Menschen gaan Voorbij, en staan 't Wee, dat de Englen weg doet schrikken. Grijnzende aan te blikken!

Brandend van genade, Sloegt Ge, o Heer! ons gade, Voeldet Ge onzen nood: Goddelijken vrede Bracht Ge, o Heiland! mede Uit des hemels schoot. En, Gods licht Op 't aangezicht, Sterft Gij nu als offerande Op 't altaar der schande!

Gij, de Zoon des Vaders, Tusschen gruweldaders! Wat ontzinde waan, Welk een duivlenwoede, Eenig Reine en Goede! Heeft U dàt gedaan? Ach, een ras Van stof en asch, Kaïns zaad, maar tienmaal wreeder. Sloeg U, Abel! neder.

Ja, ter Hoofdscheêlplaatse Bracht u dit melaatsche, Doodsche zondaarshart. Ik, in schuld verloorne, Vlocht de scherpste doorne Door Uw kroon der smart! Want de schuld Die mij vervult, Wilt Gij in de reine plasschen Van Uw zoenbloed wasschen!

'k Zal het nooit doorgronden, Hoe Gij, zonder zonden, "Eli, Eli!" zucht. 'k Zie den hemel tanen In een floers van tranen, En de zonne vlucht! 'k Zie de doôn Hun graf ontvloôn; Van de ellend, die U weêrvaarde, Brak het hart der aarde!

Sterke Boeienslaker! Trouwe Zaligmaker! Groote Immanuël! Gij hebt al mijn plagen Op het hout gedragen, En versloegt de Hel, Sta mij bij, En heilig mij, Dat ik nimmer iets begeere Dan uw liefde, o Heere!

Met uw bloed besproeide! Doodelijk vermoeide! Rust hier in de rots! Uw vervolgers weken, Half van schrik bezweken, Bij de teeknen Gods! Nader spoedt Uw Jongrenstoet, En zij zweren, vol van rouwe, U den eed der trouwe.

Gij hebt overwonnen! Woedend aangeschonnen, Stondt Ge onwrikbaar pal! Door het Helsche duister, Door der Heemlen luister, Door het wijd Heelal, Klinkt met kracht Uw: "'t Is volbracht!" En de palmen der viktorie Groenen door Uw glorie!

Als een heldre sterre Straalt Uw kruis van verre Allen volkren aan. 't Is de Boom des Levens: Vrucht en bloesem tevens Menglende in zijn blaân! Wie verrukt Die vruchten plukt, Die wordt, rijk en begenadigd, Eeuwiglijk verzadigd!

Op den Berg der Vreugde, Rijker dan U heugde, Vol der heerschappij, Vol der zaligheden, Zit Ge, in 't Eeuwig Eden, Aan des Vaders zij'! 's Vaders Zoon! Dat is Uw throon: Gods paleizen zijn Uw woning, Groote Hemelkoning!

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings