← Table of contents
Poëzy

I KORINTHEN I : 30.

Reading edition

"Uit Hem zijt gij in Christus Jezus, die ons geworden is wijsheid van God en rechtvaardigheid en heiligmaking en verlossing."

Angstig tastende als de blinden, Doolde ik onophoudelijk voort: Zoekend, zonder ooit te vinden, Vragend, maar niet aangehoord: Tot ik naar de Bron der waarheid Jezus volgde, en Hem-alléen, En in onbewolkte klaarheid Mij de Wijsheid Gods verscheen

Troosteloos van éen gereten, Kwijnde mijn doemschuldig hart; Maar in 't wroegende geweten Bleef de prikkel mijner smart: Tot ik met mijn zielewonden Naar het kruis van Jezus ging, En in ruil voor al mijn zonden Zijn gerechtigheid ontfing!

'k Zocht de lauwerkrans te plukken, Die de deugd haar Priestren biedt: Menig zonde deed ik bukken, Maar het harte bukte niet: Tot de valsche lauwren dorden, Tot de Geest, dien Jezus geeft, Hier dat nieuwe hart deed worden, Dat naar Heiligmaking streeft!

Zielevreugd en boezemprangen Wisslen ieder oogenblik: 'k Voel een ongestild verlangen Tot mijn allerjongsten snik. Maar de Hoop verguldt de zoomen Van des waerelds nachtgordijn: Jezus komt eens—en volkomen Zal dan mijn Verlossing zijn!

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings