← Table of contents
Poëzy

IX.

Reading edition

WARE LIEFDE.

In des levens morgenkrieken, Als men 's levens zorg niet kent, Maar de vreugde, op rozenwieken, Zich betoovrend tot ons wendt Als wij in een waereld leven, Die de fantazy zich droomt, En het licht, waarin wij zweven, Uit ons eigen harte stroomt:— Dan, wanneer, met ziel en zinnen, Zich de jeugd der blijdschap wijdt, Kunnen wij zoo teêr niet minnen Als in minder blijden tijd. Duizend wenschen, 's levens eerste! Mogen in den bloesem staan, O, de Liefde is 't allerteêrste, Waar die allen zijn vergaan!

Wen de jeugd met de eerste droomen Immer verder van ons vliedt, Als een blaadtjen op de stroomen, Dat ge nimmer keeren ziet: Als de feestkelk, leêggedronken Onder scherts en snarenklank, Onverwachts wordt volgeschonken Met des lijdens alsemdrank: Dan eerst kan de Liefde ontwaken Met een volheid en een gloed, In den zwijmel der vermaken Door het hart niet eens vermoed. Dartle Liefde gaat verloren Bij een eerste winterkoû, Maar de Liefde, uit smart geboren, Is gelijk de smart getrouw!

't Land der zonne legt de bloemen Glans en gloed op ieder blad, Maar zij kunnen weinig roemen Op een milden geurenschat. Wolken, nevels, als daar grijzen Aan ons waterachtig zwerk, Doen eerst recht de geuren rijzen Uit het vochtig bloemenperk. Zóo leent ook de vreugd der aarde 't Oog een wilden hartstochtsgloed, Maar de Liefde toont heur waarde Heerlijkst in den tegenspoed. Schuchter moog' ze in 't blosjen bloeien Op het blij gelaat der bruid, Eerst wanneer de tranen vloeien, Stort zij al heur zoetheid uit!

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings