← Table of contents
Poëzy

EEN LEVENSBEELD.

Reading edition

Als zefiers aâm de golfjens krult En over 't zeevlak huppelt, Als de avondzon het schuim verguldt, Dat op zijn oevers druppelt:

Dan breekt mijn blijdschap uit haar knop Als 't bloemtjen uit heur blaâren; Ik klim de geele duinen op, En volg den loop der baren.

Dan dansen mijn gedachten meê, Dan dartlen mijn gepeizen Met al de golfjens van de zee, Die altijd verder reizen.

Maar—als op eens de storm ontsteekt, En met verwoede slagen Den kristallijnen spiegel breekt, En bergen op doet dagen:

Dan vluchten al mijn droomen heen, En zinken in de golven, Als drenkelingen éen voor éen Verrast en overdolven!

Dan zie ik naar dat beter Blauw, Waarin de starren drijven: En wensch mij boven 't wolkengrauw, Om eeuwig daar te blijven.

Doorploeg' wien 't lust den wijden plasch Met volgetaste barken! En zeile hij naar 's waerelds as Met uitgespannen vlerken:

Ik blijf aan 't strand! Ik zag in 't meir Zoo menig een begraven; En zet me aan 's Heeren voeten neêr, Niet verre van de haven!

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings