HET PENNINGSKEN DER WEDUWE.
Reading edition
Uit zijn overvloed te geven, Foei, wie daar nog loon voor hoopt! 't Is het reinst genot van 't leven, Dat men voor wat zilver koopt.
Rijke! roemt ge uwe "offeranden"? Wat niets kost, is weinig waard: Geeft ge ooit d' arbeid uwer handen? Hebt ge uit eigen mond gespaard?….
In baatzuchtige miskenning Weegt de mensch—het blinkend slijk. Arme Weeûw! een enkle penning Geldt bij God een Koninkrijk!