EEN BEKEND HUIS.
Reading edition
Wat wondre weemoed grijpt u aan Bij 't huis, waar ge eens het oog van vrienden hebt zien blinken, Wanneer daar andre stemmen klinken, En vreemden op- en nedergaan!
Ja, 't is dezelfde deur, 't zijn de oude vensterboogen: 't Is of de drempel u verlangend naadren ziet: Maar 't oude welkom groet u niet, En—gij gaat stil voorbij met neêrgeslagen oogen!
Of peinst gij voort en toeft gij nog, Niet lang zal u de droom op gouden vleugels dragen: Ach, koele blikken, norsche vragen Verjagen 't laatste zelfbedrog.
Wat wordt u 't vriendlijk huis? Een handvol koude steenen Gij wischt, ontroerd, uw tranen af: Als de oude vrienden zijn verdwenen, Schijnt hun verlaten huis u leêger dan hun graf!