← Table of contents
Poëzy

XII.

Reading edition

VAARWEL.

Als de vriend van uw hart niets meer naliet op aard Dan den naam van zijn schuld en zijn lijden, Zeg, zult ge, als de wraakzucht zijn lauwren ontblaârt, Hem een traan der erkentenis wijden? Ja, ween! En hoe diep mij mijn vijand misken', Uw traan zal den smet doen verbleeken: Want, voorwaar! heeft mijn drift zich vergrepen aan hen, Al te zeer is mijn trouw u gebleken!

Gij-alléen waart mijn hoop en mijn doel en mijn kroon, Gij, de droom mijner jeugdige jaren! In mijn laatste gebed voor des Eeuwigen throon Zal uw naam met den mijnen zich paren. O, gezegend de vrienden, die eens in den gloor Van uw rijzenden roem zullen leven: Maar de dierbaarste zegen, dien God mij beschoor, Is—het voorrecht voor u dus te sneven!

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings