← Table of contents
Paedagogische Overwegingen

XXXII DE KLEINE KUNSTENAAR *

Reading edition

XXXII DE KLEINE KUNSTENAAR *

Illustration from Paedagogische Overwegingen

Johnney, aardig ventje, met lange dikke, blonde krullen is meest in het artistieke fluweelen pakje gestoken, waarop de antieke kanten kraag. Hij wordt in de wandeling „de kleine Lord” genoemd. Daarbij zingt hij mooi. Zelfs exploiteerde men hem onlangs op een weldadigheidsmatinée en moest het kind, na het zingen van een sentimenteel liedje, een ommegang doen voor de uitgehongerde oorlogskinderen.

Ik zou dat niet toegestaan hebben, maar het was mijn zaak niet. Wat wel mijn zaak was en er mede verband houdt, is het volgende.

Ik ben bij mijn neefje in Den Haag gelogeerd.

John weet, dat ik veel van muziek houd. En elken morgen ontplooit nu het nachtegaaltje, zonder éénige aankondiging, om half vijf, in mijn „nächste Nähe”, zijn stem. Meegesleept door zijn enthousiasme en in navolging van zijn groote zus, werpt hij zich op de meest vermetele modulaties, volgt de nieuwste en populairste liedjes, het zijn cadenzen om er den adem bij te verliezen. Opeens hoor ik de klanken dalen en in het diepst van zijn keel murmelen, als het stroomen van een beekje. Wat me hoop geeft op ons beider weer indommelen. Eilacie, even spoedig hoor ik zijn stem zich weer verheffen, meer en meer zwellen en ze is voor goed in mijn gehoorsfeer. Ze zingt opvolgend zacht, helder, schitterend, aandoenlijk, maar welk karakter ze ook weêrgeeft, de zang prikkelt me ondraaglijk na mijn vermoeiende dagreisjes. Daar moet ik een stokje voor steken, 't koste wat het wil.

Reeds aan het ontbijt stel ik zijn Moeder smeekend voor: „Zou U misschien willen zorgen, dat John 's morgens wat later begint te zingen, om zeven uur is wel vroeg genoeg en......”

„Ik zou het niet durven”, valt ze me angstig in de rede, „hij is er zoo trotsch op. Dat zou juist iets voor jou zijn om het hem te vragen. Ik stel het elken dag uit.”

Na veel en ernstig nadenken zet ik 's avonds eer hij naar bed gaat, met mijn liefste accent in, als wijlen La Fontaine's vos: „John, wat zing je 's morgens toch beeldig mooi!”—zijn borstje zwelt.—„Maar John, ik ben elken morgen nog zoo moe. Begin wat later en zing dan wat langer, dan heb ik er meer aan.”

Hoogst beleedigd, verontwaardigd slingert hij me nasaal terug: „Maar Nicht, dan kùnt u nog niet uit logeeren gaan, ik zing 's morgens vroeg.”

Dat komt er van als je kleine jongens als volwassen menschen waardeert. Op hun talenten valt nog allerminst te rekenen. Meestal worden bij zulk een behandeling dergelijke kinderen in hun later leven teleurgesteld.

Illustration from Paedagogische Overwegingen
Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings