XXVI IETS MOETEN DOEN EN IETS WILLEN DOEN *
Reading edition
XXVI IETS MOETEN DOEN EN IETS WILLEN DOEN *

Kleine Milly liet zich van aanleg als bijzonder zacht en volgzaam kennen. Plotseling, ze is nu twee en een half jaar, uit zich haar eerste ernstig verzet.
Milly wil 's morgens niet meer slapen gaan. Moeder geeft voorloopig toe. Telkens blijkt weer, dat het kind wel degelijk behoefte heeft aan een ochtenddutje. Wanneer ze 's middags met haar op de wandeling even stilstaat voor een winkel, dommelt de kleine vaak onverwachts in. Maar is er 's morgens sprake van het bedje, dan windt Milly zich zóó op, dat het geheele gezin er bij te pas komt en daarna is aan slapen geen denken meer. Moeder begint er de laatste dagen niet over, want het kind raakt er door van streek en is den geheelen dag voor niemand en niets meer toegankelijk. Op mijn raad wil ze toch nog maar eens een poging wagen en ik laat Milly's tegenstribbelingen eenige dagen onbemerkt langs me gaan. Den derden morgen stel ik de hummel voor, samen „huisje” te gaan spelen, in de groote kamer, waar bij dag haar ledikantje gezet wordt. Deze kamer is rustig gelegen. We halen zoowat haar geheelen speelinboedel voor den dag en het vrije gedeelte van den vloer wordt als huis ingedeeld. Een keurig salonameublementje is dadelijk in het centrum smaakvol gearrangeerd. Poppenbadje krijgt zijn plaats in de gefingeerde badkamer, waar geen onderdeel, al is het maar van papier geknutseld, gemist wordt. Een comfortabel ingerichte slaapkamer mag toch in geen enkele woning ontbreken, zou ik meenen. De aanwezige Indische stoel gauw maar tot mijn, respectievelijk Moeders bed gemetamorphoseerd en we hebben Milly's ledikantje vooral ook niet vergeten. Wat een werken en zorgen! Hè... We zuchten er beiden van. Alleen al de dagelijksche beurt, die Mina gewoon is te geven, heeft zooveel in. Kan het anders dan dat we moe worden, heel moe. Pseudomoedertje wel zóó erg, dat ze om half elf reeds naar bed verlangt. Nu wil het kleine „aapje” ook zoo graag gaan slapen. Zonder te mopperen, laat ze zich uitkleeden en in haar eigen bedje leggen. Ik haast me op de sofa. Ze koekeloert nog een poosje door de spijltjes naar me en valt in een rustigen slaap, waaruit ze na anderhalf uur wakker wordt, verkwikt voor den geheelen dag. Al korter duurt de volgende dagen mijn medespelen. Ten slotte voert Milly de komedie op haar eigen houtje op en gaat nog maanden daarna, op tijd, vol animo haar nuttig slaapje „spelen”.
Iets „moeten” doen en iets „willen” doen, kan dezelfde bezigheid tot een hel en een hemel maken. Zeker voor het kleine kind, dat nog geen plichtsbesef kent, de voor- of nadeelen van een handeling niet weet te overwegen en dat slechts rekening houdt met de lust- en onlustgevoelens, die door een of andere opdracht gewekt worden. De taak, die ons redelijk en gewoon toeschijnt, kan voor het kind soms onoverkomelijk zijn. Onze waardebepaling staat vaak lijnrecht tegenover elkaâr.
Wanneer we bij het normale kind een plotseling ernstig verzet, door verzet trachten te breken, bereiken we het tegendeel. We verbitteren onzen kleinen opstandeling, hij voelt zich miskend, onrechtvaardig behandeld en stelt zijn slechtst humeur er tegenover. Laten we hem, door geduld en liefde leeren de opgegeven taak te willen volvoeren. Met een beetje tact lukt het elke opvoeder(ster). Bij het abnormale absoluut onhandelbare kind, rest ons helaas vaak niet anders, dan het verzet, door het verzet te compenseeren. Doch ook bij hen slechts, mogen we daartoe overgaan, nadat we alle zachtere middelen vergeefs hebben beproefd. Deze gevallen zijn gelukkig „de uitzonderingen” voor mijn overweging.
Naschrift. Dit is een staaltje van de paedagogiek van „met een zoet lijntje”, onderdeel der omkoopings-paedagogiek, die ik voor mij—in het algemeen gesproken—voor een gevaarlijk falsifikaat houd.
