XXI EENTONIGE ARBEID *
Reading edition
XXI EENTONIGE ARBEID *

Vader, die zijn minder bedeelde patiënten meestal slechts kon bereiken, langs steile, vettige, afgesleten trappen, had zich in het hoofd gezet, niet anders te moeten dragen, dan witte katoenen kousen. „Ik wil zien, of ze besmeurd zijn”, was zijn verontschuldiging. Want elke groote wasch die thuiskwam, verschrikte Moeder en de kinderen, door haar onbeschaamden stapel gehavende kousvoeten. Ze vertegenwoordigden voor ons, kleine meisjes, zoowat „de plak”. Ik geloof nu nog, dat mijn Moeder, naarmate de waschuitkomst op kousengebied grooter was, onbewust overging, tot spoediger en veelvuldiger straffen met: „Je breit morgen maar eens een halven of heelen voet aan, vóór je moogt gaan spelen”. Of zou ze bij intuïtie gevoeld hebben, de nuttige les, die ik er later uit mocht trekken, dat men het kind reeds jong moet wennen aan vervelenden arbeid, dien nu eenmaal elke levensloopbaan met zich brengt? Nog heden valt me het meest eentonige werk licht, vergeleken bij den onmetelijken witten voet, die mij, door mijn aard, meer dan den anderen zusjes ter reparatie deelachtig is geworden. Stelt u voor, de zon hoog, de bloemen in ons tuintje, in hare sobere steedsche pracht, terwijl de uitgelatenheid der zusjes weergalmde, met aangeboren blijden levenslust, op achtjarigen leeftijd te moeten zitten in het kajuitlage strafkamertje, met die gemelijke, zeurderige, centimeterslange .... En of ik maar steeds losser breidde en mijn werk met alle macht in de lengte rekte, Moeder wist, door het monster een andere richting in te sturen, me telkens weer aanschouwelijk te maken, dat de voet in werkelijken zin, nog maar „even breed als lang” was en me met klem te overtuigen, dat het opgegeven aantal naadjes de juiste maat inhield. Niet zoodra was de taak volbracht of ik spoedde me naar buiten en speelde uitgelaten vroolijk met de kinderen mede. Pennen en naadjes waren vergeten.
Daarom juist kunnen we het kind met een gerust geweten aan het vervelendste werk zetten. Het laat geen deprimeerende sporen achter. Maar toch blijft er iets voor latere jaren „de herinnering”, die je eerst diep doet beseffen, het vroeger doorgestane leed. Je ervaart, dat het je voor je leven sterker heeft gemaakt. Ik geef u in overweging het bij uwe opvoedelingen toe te passen. Laten we hopen, met dezelfde goede resultaten.
