Inhoud.
Reading edition
Boek I.
Waterloo.
Bladz.
I. Wat er op den weg van Nivelles gevonden wordt 7
II. Hougomont 8
III. Den 18 Juni 1815 15
IV. A. 17
V. Het „duistere iets” der veldslagen 19
VI. Des namiddags te vier uren 21
VII. Napoleon in goede luim 24
VIII. De Keizer doet den gids Lacoste een vraag 29
IX. Het onverwachte 32
X. Het bergvlak van Mont-Saint-Jean 35
XI. Een slechte gids voor Napoleon, een goede gids voor Bulow 40
XII. De garde 41
XIII. De catastrophe 43
XIV. Het laatste carré 45
XV. Cambronne 46
XVI. Quot Libras in Duce? 48
XVII. Moet men Waterloo goedvinden? 53
XVIII. Uitbreiding van het „Goddelijk recht” 54
XIX. Het slagveld des nachts 57
Boek II.
Het schip de Orion.
I. Nommer 24601 wordt 9430 65
II. Waarin men twee dichtregels zal lezen die misschien van den duivel zijn 68
III. Er moet aan de keten vooraf iets geschied zijn, om met één hamerslag te springen 72
Boek III.
Vervulling van de belofte aan de stervende gedaan.
I. De watertoestand te Montfermeil 83
II. Voltooiing van twee portretten 86
III. De menschen moeten wijn, de paarden water hebben 90
IV. Een pop komt op het tooneel 93
V. De kleine alleen 94
VI. Dat misschien Boulatruelles schranderheid bewijst. 99
VII. Cosette in het donker met den onbekende 103
VIII. Het onaangename van een arme bij zich te ontvangen, die misschien rijk is 106
IX. Thénardier aan ’t werk 121
X. Wie het beste zoekt, vindt soms het slechtste 128
XI. No. 9430 komt weder te voorschijn en Cosette trekt dat lot 132
Boek IV.
Het oude Huis Gorbeau.
I. Meester Gorbeau 137
II. Nest voor uil en vleermuis 142
III. Een dubbel ongeluk maakt één geluk 144
Boek V.
Een jacht in den nacht met stille honden.
I. De zigzags der strategie 155
II. Gelukkig dat er rijtuigen over de brug van Austerlitz gaan 158
III. Men zie den platten grond van Parijs in 1727 159
IV. Het rondtasten der vlucht 162
V. ’t Geen bij gasverlichting onmogelijk zou zijn 164
VI. Begin van een raadsel 167
VII. Vervolg van het raadsel 169
VIII. Het raadsel wordt duisterder 171
IX. De man met de schel 173
X. Waarin verhaald wordt hoe Javert niets ontdekt 176
Boek VI.
Klein Picpus.
I. Kleine Picpus-straat No. 62 187
II. De regel van Martinus Verga 190
III. Strengheden 196
IV. Vroolijkheid 197
V. Verstrooidheden 200
VI. Het kleine klooster 205
VII. Eenige silhouetten 207
VIII. Post corda lapides 209
IX. Een eeuw onder een nonnen borstdoek 211
X. Oorsprong der eeuwigdurende aanbidding 212
XI. Einde van Klein-Picpus 214
Boek VII.
Parenthesis.
I. Het klooster als abstracte idée 219
II. Het klooster als historisch feit 219
III. Op welke voorwaarden men het verleden kan eerbiedigen 222
IV. Het klooster uit het gezichtspunt van beginselen 224
V. Het gebed 225
VI. Het volstrekt nut van het gebed 227
VII. Voorzorgen tegen berisping 229
VIII. Geloof, wet 229
Boek VIII.
De kerkhoven nemen wat men ze geeft.
I. Hoe men in het klooster komt 235
II. Fauchelevent tegenover een bezwaar 242
III. Moeder Innocentia 244
IV. Jean Valjean heeft het voorkomen alsof hij Austin Castillejo had gelezen 253
V. Dronkenschap is niet voldoende om onsterfelijk te zijn 258
VI. Tusschen vier planken 264
VII. Zich niet van zijn stuk laten brengen 265
VIII. Het goed afgeloopen verhoor 272
IX. Besluit 275