I. DE ONTDEKKING VAN HET EILAND BRESKENS EN VAN DE QUAST’S EILANDEN.
Reading edition
De Commandeur Vries had den 29 April, op 16° 50′ N.Br. en 149° 381⁄2′ O. v. Teneriffe (128° 18′ 6″ O. v. Gr.) den raad van ’t fluitschip Castricum en van ’t jagt Breskens beroepen, en besloten den koers N.O. te vervolgen, zoo weder en wind het zouden toelaten, tot op de breedte van 24° N. en op de lengte van de Oostkust van Japan (toenmaals volgens de waarnemingen van Mathijs Quast en Abel Tasman, op den 24 Aug. 1630, op 31° 40′ O. van Pulo Timoan (135° 55′ O. v. Gr.) bepaald). Den 7 Mei bevond men zich op 24° 4′ N.Br. en 150° 56′ 30″ O. v. Ten. Kleine klipmeeuwen, schuim, drijvend zeekroos en een stuk hout lieten zich als teeken van land herkennen, hetwelk men echter niet zien kon. Den volgenden morgen (8 Mei), na zonsopgang, zag men in ’t W.t.N. 1⁄3 N. binnen een’ afstand van 4 Duitsche mijlen, een klein, omtrent 11⁄2 mijl lang, niet hoog eiland. Dit eilandje lag, volgens de op den middag gedane waarneming, op 24° 43′ N.Br. en 151° 311⁄2′ O. v. Ten. (130° 11′ 6″ v. Gr.). Daar zich op de Compagnie’s-kaarten[38] op deze breedte, behalve het eiland Malabrigo, geen ander bevond, en dat eiland, volgens gissing, 21 mijlen in ’t W. lag, zoo hield men het geziene voor onbekend, en omdat het van het jagt Breskens het eerst gezien was, gaf men het den naam van Breskens-eiland.
Op de zeekaarten van den toenmaligen tijd bevinden zich tusschen 25° en 27° N.Br. en binnen een’ lengteafstand van omtrent 70 Duitsche mijlen, slechts drie eilanden, waarvan het zuidelijkste en westelijkste den naam van Amsterdam, het noordelijkste en oostelijkste (eigentlijk eene groep van vijf kleine eilanden) dien van Ihlas dos Hermanos, en het derde, op 26° N.Br. 17 mijlen in ’t Z.W. van Ihlas dos Hermanos, dien van Malabrigo draagt.
De beide laatstgenoemde eilanden, welke zich reeds op de in 1570 in ’t licht verschenen kaart van Abraham Ortelius’ »Theatrum orbis terrarum”, bevinden, en waarvan Malabrigo in 1543 door Bernardo de Torres is gezien geworden, zijn onbetwistbaar het Hooge Meeuwen eiland, het Engels en Grachts eiland, door Quast en Tasman in 1639 ontdekt[39], en op de voornoemde »Caerten van gedaene Coursen” de Quast’s eilanden genoemd[40]. Het eerstgenoemde, onmiskenbaar ook door Nederlanders ontdekt, en allengskens wederom op de kaarten verdwenen, is in ’t jaar 1820 door een’ Russischen zeeofficier Lt. Ponafidin op 25° 50′ N.Br. en 131° 12′ O.L. teruggevonden, en naar zijn schip en omdat het twee eilanden zijn, Porodino’s eilanden genoemd. Zonder twijfel zijn het dezelfde die Kapt. Forbes aan boord van de brik Nile in Aug. 1825 voorbijgezeild, en het zuidelijkste op 25° 42′ N.Br., 131° 13′ O.L., en het noordelijkste op 25° 53′ N.Br., 131° 17′ O.L. gevonden heeft. Onlangs werden deze eilanden door Commodore Perry opgezocht en de ligging van het grootste en noordelijkste op 25° 47′ N.Br. en 131° 19′ O.L. bepaald.
Met regt mogt het Breskens eiland als eene nieuwe ontdekking beschouwd worden. Daar echter het »Journael” van Vries verloren geraakt was, vindt men het nergens geboekt. Evenwel werd in ’t begin dezer eeuw zijn bestaan bij herhaling bevestigd. Door het Fransche fregat »la Canonnière,” werd in 1807 een eiland op 24° 30′ N.Br. en 130° 18′ 30″ O.L., en in 1815 door het Spaansche fregat »Magelan” insgelijks een klein laag eiland met struiken bewassen op 24° 26′ 40″ en 131° 03′ 46″ ontdekt en »Isla Rasa” genoemd. Deze beide eilanden zijn buiten twijfel een en hetzelfde[41], waarvan de gemiddelde breedte 24° 28′ 20″ N. en de gemiddelde lengte 130° 41′ 8″ O. zijn zouden. Neemt men daarbij in aanmerking de sterke oostelijke strooming der zee in dat zeegebied, die in 24 uren 35′ tot 40′ en meer bedragen kan, de onvolkomene middelen ter vinding en berekening van lengte in de 17 eeuw, en de opmerking, dat de door Vries bevondene breedte doorgaans eenige minuten te hoog is; zoo mogen wij gerust het Breskens eiland als eene Nederlandsche ontdekking op de kaart van den Grooten Oceaan aanteekenen en zulks met te meer regt, daar men op de nieuwste zeekaarten het eiland Rasa, nog maar als twijfelachtig (pointe dubieuse) en het Kendrick’s eiland geheel niet meer geplaatst vindt.