HET DIERENRIJK.
Reading edition
Zoogdieren. Het overzigt dat wij daarvan kunnen aanbieden is vrij volledig, en er wordt daardoor eene gaping opgevuld, die dusverre in het gebied der dierenkunde tusschen de Japansche eilanden, het vaste land van Oost-Siberië en Kamtschatka bestond[163].
Vledermuis Pteropus spec. Atspo (Aino) Ohokômuli (Jap.)
„ Vespertilio camtschaticus? Kabap Itatsi kômuli
Mol * Talpa Wogura F. J. Ithutsikere Wogura
Spitsmuis Sorex spec. Sjatsiri Dsinezumi
„ „„ Ubasitsironop Kawanezumi
Beer * Ursus arctos (ferox) Hokjuk, sijuk (mas) Ojan (foem) Ohokuma
„ * Ursus collaris Borep, seberi? Fikuma, aka kuma
„ * „thibetanus F. J. Tsira mante Tsukino kuma
Marter * Mustela melampus F. J. Thusjunike Ten
„ * „brachyura F. J. Hoinu Jezo-ten
Visch-otter * Lutra vulgaris F. J. Isjamani Kawa uso
Zee-otter * Enydris marina Rakko, Binnep (mas) Rakko
Wolf Canis lupus Ose kamui Oho kami
Vos * „vulpis Fure tsup, i. e. vulpis rubra. Kitsne
„ * „„argentatus i. e. vulpis nigra. Kunne sjumari
„ „„variet Sithunpi Sittukpen (Kuril.)
„ „„variet Tsironop
Hond „domesticus Sita, seta Kari inu
Kat Felis Catus Meko Neko
Tanuki Nictereutes viverinus F. J. Mojuku Tanuki
„ Canis? procyoides F. J. Numari
Haas Lepus brachyurus F. J.? Isjabo Usagi
Eekhoorn * Sciurus varius Niuf Wogatsuki
„gestreept * Tamias striatus Kasî kiri gusi Sima nezumi
Rat Mus spec. maj. Irimo Nezumi
Muis „„min. Pon irimo Tanezumi
Hert * Cervus Sika F. J. Jûk, Binnero (mas) momanbe (foem) Sika
Gems † Antilope crispa F. J. Jukusisi Niku
Rendier * Cervus Tarandus Thunakaï Barok’ (Chin.)
Muskusdier * Moschus moschiferus F. J. Likon kamui Nora, Kusika
Wild zwijn Sus leuco mystax F. J. Wottomun[164] Inosisi
Chineesch varken „sinensis Wosju furokke Buta
Zeehonden of robben (zonder zigtbare ooren) * Phoca oceanica Situkari
* „barbata Jai thukari[165]
* „numularis F. J. Kesjo
Robben met ooren Otaria ursina F. J. Onnep, uneu (mas) Homapp (foem) Uminoneko, Ottosei
Zeebeeren en zeeleeuwen „Stelleri F. J. Thukara[166] Asarasi
Walrus Trichecus Rosmarus Sikaitanke Asika, Kai-tats (Chin.)
Borkenwale Rytina Stelleri? Ikusibe, Kamutanasi Umisika
Nog worden eenige andere namen van waarschijnlijk tot de familie der Pinnipedia behoorende dieren vermeld: Hekeppokoma (eene jonge Phoca?) Ufuithukari, Amusine of Amossibe, Boniri (een jong of wijfje van een robbe), Nigui, Tasjunbuikoro.
Van walvisschen, waarvan zoo dikwijls in het Journaal van Vries’ zeetogt gewaagd wordt, worden zonder twijfel in de zee van de Aino-landen dezelfde soorten en verscheidenheden gevonden die aan de Japanners, die zich naarstig op de walvischvangst toeleggen, bekend zijn; de onwetende Aino’s schijnen nog veel meer soorten daarvan te onderscheiden dan de Japanners, die sedert eeuwen hunne natuurkundige waarnemingen nederschrijven en bij voortduring trachten te herzien en te verbeteren.
Mogami Toknai haalt in zijn Aino-woordenboek 19 namen van Walvisschen (Kuzira) aan, terwijl de Japansche Linnée Wono Lansan maar 16 soorten opnoemt. Volgens onze nasporingen op Japan en volgens het oordeelkundig onderzoek van onzen geleerden medebewerker der Fauna Japonica, Dr. H. Schlegel, beloopt echter het getal van de door ons in de wateren van Japan waargenomene en naar van de Japanners vervaardigde teekeningen en beschrijvingen met zekerheid te bestemmen walvisschen op acht soorten, en deze zijn:
Dolfijnen Delphinus longirostris Jap. Sakamata
„melas „ Namino uwo
„globiceps „ Gotô
„Orca „ Iruka
Walvisschen Balaena antarctica „ Sebi-kuzira
Balaenoptera arctica „ Iwasi-kuzira
„antarctica „ Sato, nagasu-kuzira
Potvisch Physeter macrocephalus „ Makko-kuzira
De door Toknai en andere Japanners voor benamingen van walvisschen, dolfijnen en potvisschen (Kuzira) gehouden en ons medegedeelde Aino-namen willen wij hier opnoemen, ten einde tot leidraad van een nader onderzoek in de Aino-landen zelven te kunnen dienen. Tawajuk (Iruka Jap.); Jukfunbe; Kene funbe, rood van huid; Nise funbe, eet haring; Iwakotôma funbe, is groot; Okina, is zeer groot; moasjankur, groot; sjasijangur, groot; Nokor, heeft baarden; Ithutsikere, heeft eene lange neus; Fûrenbe, heeft rood spek; Oakansi, eenen grooten buik; Asbekorû, gelijkt eene groote makreel; Kuttare ook Otahoi genoemd, eet haring. Okirike; Isjobonbe; Jaitesi; Taneibe; en Thunaï.
Hoe talrijk zich de walvisschen op de kusten van de Aino-landen ook vertoonen, zoo worden zij toch zeldzaam van de Aino’s gevangen; zij nuttigen echter het vleesch en de traan van zulken, die stranden. Onze Nederlandsche zeevaarders hebben de meeste walvisschen in scharen van het noorden naar het zuiden zien trekken. Nog voor kort werden door de Amerikaansche Expeditie in het Oosten van Japan benden van 300 walvisschen ontmoet. Ook vertellen de Aino’s van een zeemonster Okina, dat zoo groot zijn zou, dat hij walvisschen verslinden kon. Men heeft echter daarvan alleen den rug gezien. Dit verdichtsel is waarschijnlijk ook op groote troepen van walvisschen of dolfijnen gegrond; insgelijks verhalen zij dat de walvisschen door een’ naar den Iruka (Delphinus Orca) gelijkenden dolfijn, dien de Japanners Kami Kiri, d. i. zaagvisch, noemen, vervolgd en gedood wordt.
Vogels. In evenredigheid van de hoeveelheid van vogels in Oost-Siberië, Kamtschatka en Japan bekend[167], is het getal van deze, die door Europesche natuurkundigen en de Japanners op Jezo en Krafto zijn waargenomen, klein. Deze zijn:
Valk Falco communis Tsirikoiki (Aino) Taka (Jap.)
Sperwer Astur nisus Kunkuth Fitaka
IJsvalk „„albus Tetari kunkuth Usu kohoritaka
„ Spizaetes orientalis? Tekku Horo taka
Visch-arend Haliaetos pelagicus F. J. Kaba tsiri, Ratupf Iso wasi
Zee-arend „albicilla Sira tupf Waba wasi
„ Pandion haliaetus orientalis? Pgoak, Kak (Kamtsch.) Kuso wono wasi
Kuikendief Buteo Japonicus F. J. Jattowe Sima tobi
Ooruil Otus semitorques F. J. Kamui tsi kapf, d. i. Geestenvogel Mimitsuk
Uhu-uil Strix bubo
Caliope Silvia Caliope Hokitsi Nokoma
Nachtegaal „vel Luciola spec. Bakekijo Uguhiso?
Kwikstaart Modacilla lugens F. J. Baikatsiri Sekuro sekirei
„ „spec. Tokhakun
Koolmees Parus major Fuksatsiri Sisjukara
Staartmees „caudatus var. Matsumaë-Jenaha
Huismos Fringilla domestica Amanitsikapf Suzume
Leeuwerik Alauda alpestris? F. J. Rikintsiri Fibari
Lijster Turdus spec. Sike Muku
Spreeuw Sturnus cinerarius Jezo-muku
Raaf Corvus japonensis Hasikuro Karasu
Kraai „corone? Jeppirka ?
Ekster Pica varia Kasasai
Blaauwspecht Garrulus Brandtii Barkeu Kasitori
IJsvogel Alcedo spec. Ijami Kagesu
Groenspecht Picus awokera F. J. Isokisoki Awokera
Koekoek Cuculus canorus Toppits Hotodokis
Huisduif Columba domestica Toita Ijebato
Bergduif „gelastris F. J. Kusjujeb’ Jamabato
Groene duif „Sieboldii F. J. Thuthuts’ Awobato
Huishoen Gallus domestica Niwa tori
Kwartel Coturnix vulgaris var. F. J. Usura
Trapgans Otis tarda? Utakan Nogan
Papegaaiduiker Arca torda Atujuitsikapf Utoû
„ „monoceros
„ Marmon cirrhata Jeppirika
Duiker Podiceps spec. Aptotsikapf Ame tori
„ „„ Wakkatoitoi
„ Colymbus spec. Imoton Aisa kamo
Aalscholver Carbo bicristatus Uriri Simau
Wilde eend Anas boschas Sikobetsja Makamo
Wintertaling „crecca Kobettsja Kokamo
Eend „spec. Thura
„ „„ Kakkari
„ „„ Kobe
„ „„ Kakkjo
„ „„ Kaori
„ „„ Jaureta
Wildegans Anser hyperboreus? Kuitopp Kari
Tamme„ „cinereus domesticus Magan
Gans „spec. Kuwetou
Meeuw Larus melanurus F. J. Kabiu Kamome
Stormvogel Puffinus tenuirostris F. J. Wonnetsikapf Okino kamome
Kemphaan Tringa variegata Kui kui Siki
„ „meleagris Thurapfta-tsiri Famasiki?
Houtsnip Scolopax rusticula Matsjo Mijakotori
Kraanvogel Grus cinerea var. F. J. Sururun Tsuru
Witte reiger Ardea alba Bettsjo Sirasaki
In Toknai’s woordenboek wordt nog eene lange reeks van vogelen opgenoemd, zonder dat daarbij de Japansche synonymen gevoegd zijn. Hoe vreemd ook deze Aino-namen luiden, zoo willen wij dezelve toch hier mededeelen, ten einde aan reizigers de gelegenheid aan de hand te geven om ze op te sporen. Oretara, Thurja, Arats, Kakakjo, Fûsetsiri, Korokakkun, Harikeu, Wauwo, Sirar’wa, Ithurahisika, Itoki toki, Ainusetsiri, Omanruitsiri, Bakkunne, Uwetsiritsiki, Nuppukaoreu, Hokkiure, Ussetoita, Oppikepike, Worunkakkeu, Kuitopp, Kaori, Hekatsitsiri, Jauretara, Furesjamtsiri, Horutsiri, Okeura, Reraokï, Hometsiri. Wij herhalen, dat Tsikapf een’ grooten vogel en Tsiri een’ kleinen beteekent en dat verscheiden namen bijna eensluidend met reeds opgenoemde zijn.
Kruipende dieren. De meeste van de dieren van deze klasse worden in het zuiden van Jezo gevonden en komen veelal met die van het noordelijke Japan overeen.
Schildpad Emys v. Trionyx Itsinke (Aino) Game (Jap.)
Hagedis Stincus quinquelineatus F. J. Haran Tokage
Slang Coluber quadrivirgatus F. J. Hasikuro kamoi Kurokutsinaba
„ Coluber virgatus F. J. Fugowoka Mugi wara febi
Adder Trigonocephalus Blomhoffi F. J. Tokko kamoi Mamusi
„ Trichonocephalus spec. Tanne kamoi Siro febi
„ „„ Kinasitonkur’
Gemeene pad Bufo vulgaris F. J. Terekeibe Kaheru
Groene kikvorsch Rana esculenta F. J. Toron kamoi Kawadsu
Kikvorsch „spec. Kekketsch
„ „rugosa F. J. Woats’ Tsutsikaheru
Boomkikvorsch Hyla arborea F. J. Kokekets Awogaheru
„ „? spec. Ibi
Watersalamander Triton spec. Wimori
Ook wordt nog van eenen Rob Sithukari gewaagd, die naar eene schildpad gelijkt, waarschijnlijk eene Sphargis mercurialis of eene Chelonia soort, die somtijds door orkanen en strooming der zee aan de kusten van Jezo aangespoeld wordt.
Visschen. De verhalen van de groote hoeveelheid van visch, welke onze oude Nederlandsche zeevaarders langs de kusten en vooral aan de monden der rivieren van het land van Jezo ontmoet hebben, schijnen niet overdreven te zijn, wanneer men daarmede de berigten vergelijkt, welke ons de zeevaarders van den nieuwen tijd omtrent zekere vischsoorten, als van zalm, haring en sardijnen in het noordelijke gedeelte van de Japansche zee, in den zoo genoemde Tartarischen golf en in de zee van Ochotsk en Kamtschatka mededeelen. Want ook zij spreken van vischbanken die den mond der rivier stoppen en schatten de hoeveelheid daarvan naar scheepsladingen; maar ook geloofwaardige Japansche reizigers, met name Mogami Toknai, verhaalde ons dat alleen van de Isikari, de grootste rivier op de westkust van Jezo, ten tijde van zijn verblijf op Jezo (1785) twaalf duizend kok (1,800,000 Ned. pond.) aan gezouten en gedroogden zalm (Salmo leucocephalus en S. callaris) is vervoerd geworden, en dat men langs de kust van Jezo banken van eene soort roode schollen (Trygon Akajei) vindt, die 126 tot 250 ☐ ellen beslaan. Het getal van de ons bekende vischsoorten, die aan de kusten in de rivieren en meeren van Japan gevonden worden, beloopt ruim vier honderd, dat langs de kusten van China ongeveer twee honderd; en dat van het noordelijke gedeelte van den grooten Oceaan even veel. In evenredigheid daarvan is echter het getal van vischsoorten die van de zee en de rivieren der Aino-landen bekend zijn, klein. Dit neemt echter niet weg, dat men daar niet alleen eene groote verscheidenheid zal kunnen opsporen, maar ook vele reeds in andere zeegewesten waargenomene soorten terugvinden; want daarheen worden visschen uit hoogere en lagere breedten door hunne eigene natuurdrift tot verre togten verleid en door eene krachtige, eeuwig durende locomotive, den Japanschen stroom, medegesleept. Door Europesche reizigers hebben wij slechts eenige weinige vischsoorten uit het zee- en riviergebied der Aino-landen kennen geleerd; ook is de kennis van visschen, die wij aan de op de kusten van Jezo en Krafto gehuisveste Japanners te danken hebben, gering, omdat deze niet naar zeldzame, maar naar zulke visschen kijken, welke ook in hun vaderland tot spijs dienen of voor den groothandel in visschen het meest geschikt zijn. Des te meer welkom zal aan zeevaarders de lijst van visschen zijn, die wij hun aanbieden kunnen:
Zeebaars Niphon Spinosus F. J. Kankai (Aino) Matsmaë tara (Jap.)
„ Perca-labrax Japonicus F. J. Airo Suzuki
Zeehaan Dactyloptera spec. Fure sepp Kasago
Goudbaars Chrysophris major F. J. Fure sepp[168] Aka dai
„ „spec. Ninijesepp
Makreel Scomber pneumatophorus F. J. Sjaba Saba
Tonyn Thynnus pelamys F. J. Tanneibe Katsuwo
„ „Sibi F. J. Sjunbi Sibi
Makreel? „spec. Pukka
„ Elacate mottak, E. bivittata F. J. Masu
„ Seriola aureo vittata F. J. Tsiwasjan Buri
Harnasman Aspidophorus acipenserinus Tsirosineibe Rokkak
„ „superciliosus
„ „stegophthalmus
„ Cottus intermedius Jezo-gotsi
„ Hemilepidotus Tilesii
„ Epinephelus ciliatus Potoi Tanago
„ Pleuronectes stellatus Tantaka Karei
Schollen „spec. Kabarin
„ „„ Kasibisi
Tongen „„ Simusibo Firame
„ „„ Hebeu Oho firame
„ „„ Herekusi
Meerval Silurus japonicus F. J. Uta Namazu
Vooren Cyprinus conirostris F. J. Ruwokom Funa
Halfbek Hemiramphus Sajori F. J. Funbe deppo Sajori
Zalm Salmo lagocephalus Sibe Sake
„ „Proteus Sjankenbe Mazu
„ „sanguinolentus Urupp Beni-mazu
„ „spec. Tsirai Ito
„ „„ Hemoi
„ „„ Tsjarokun
„ „„ Wowo
„ Saurus? Tsuppo Ukui
„ Saurus? Ururui Kusaki uwo
Haring Clupea gracilis F. J. Ponsepp Iwasi
„ „? Heroki Kado v. Nisin
Stekelbuik Tetraodon spec. Akamkorbe Eugu
„ „„ Jursi kasepp
Klompvisch Orthagosiscus mola F. J. Hinabo Manbo
Steur Acipenser Helous
Haai Mustelus vulgaris Wonne Wani
Rog Trijgon Akajei F. J. Aitsi korbe Akajei
„ Raja? Karma Same
„ „ Tsikobakui
„ „ Ihessjarkorbe
Zevenoog Heptastema cirrhatum F. J. Nukaribe Jodamusi
Lamprei Petromyzon camtschaticus[169] Sjumarop Jatsme-unagi
Ook van visschen hebben wij eenige Aino-namen niet kunnen teregtbrengen, deze zijn: Inunbeibe, Takutaku, Siribokke, Sjokorsepp, Furarui, Rannibe, Kasinube, Pontoksi.
Weekdieren. De mollusken die wij van de Aino-landen kennen, zijn ook meestal zulke, welke daar gegeten of voor den handel naar Japan bijeengebragt worden, als:
Zeekat Octopus areolatus Athui nau (Aino) Tako (Jap.)
„ „granulatus Athui ne Iwa tako
Inktvisch Sepia japonica Fussanna Ika
„ „? Pasiani
„ Sepiola? Masi tanbe
„ Loligo brevis? Mattsijana
Oesters Ostreaspec. Biba Kaki
Jacobsschulp Pecten„ Asikedekke Tadekai
„ „„ Akketesei
Hamdoublet Pina„ Apnisei Kami
Mossel Mytilus„ Hankatsjui Ikai
Hartschulp Cardium„ Tsjakenai Akakai
„ „„ Tsibojetsup Sizimi
„ „„ Tsiurp
Venusdoublet Venus„ Iasibebots Sira famakuri
„ „„ Herenasi
„ „„ Kabarusei
„ „„ Heurokke Asari
„ „„ Urukke
Klipzuiger Haliotis japonica Aibe Awabi
Nog worden eenige schulpen genoemd, als: Petsi, Tsitani, Trusjunke, Kanputh, Ratutsjûke, Simabaratets, Sikikemsjui. Zeer belangrijk is op Jezo de vangst van Tripang, daar Kakurauta en van de Japanners Irigo of Kingo genoemd. Ook verzamelt en droogt men daar een eetbare zeekwallen, Kurage genaamd.
Schaaldieren. De weinige soorten van Crustacea, die wij uit Japansche bronnen hebben kunnen opsporen, als te huis hoorende in de Aino-landen, leveren eene zeer belangrijke uitkomst voor hare geographische verspreiding op. Wij vinden daar van den zeldzamen Crapsus Japonicus F. J. (Anbajaja in de Aino-taal en op Japan Dsu gani genoemd) gewaagd die ook de rivieren van Jezo bewonen, en van onze op het strand van de Oostkust van Japan ontdekte reusachtige zeekrab Inachus Kaempferi F. J. (Murikana Aino) Sima gani of Taka asi-gani d.i. langbeenkrab (Jap.). Deze reuzenkrab, waarvan Engelbert Kaempfer eenen arm afgebeeld en de vermaarde Steller in den Alutora-golf op Kamtschatka ook eenen arm gevonden heeft, die toereikende was eenen hongerigen mensch te verzadigen[170], wordt ook somtijds aan de kust op Jezo gevonden en van hem beweerd dat hij eene groote van acht tot tien Sjak (voet) bereikt. De grootste door ons gezien heeft armen (Chelae) gehad die vier voet lang waren. Ook vindt men daar eenen Palinurus, Holokerki (Aino) Jebi (Jap.), den Astacus Japonicus, Tekunbe korbe, eene Squilla, Heka korbe (Aino) Sjaku (Jap.) en verscheiden andere krabben, die in het algemeen Hiko kunbe genoemd worden.
Spinachtige, gekorvene dieren. Daarvan kunnen wij slechts eene kleine lijst aanbieden, waarin echter de algemeen voorkomende dieren van dien aard geschetst zijn: Spinnen (Kumo, Jap.) worden eene Jawosike en eene Jatem, en ook een Exodes, (Jani Jap.) Baraki gevonden; ook eene Basterdspin, Phalangima, waarvan de sap tot de bereiding van het vergift hunner pijlen gebruikt wordt. Verder worden Kevers genoemd: Lucanus spec., Ninakikiri (Aino) Hasamimusi (Jap.); eene Buprestis, Sino kane haram (Aino) Kink’wako (Jap.); de glimworm, Lampiris, Nisekep (Aino), Hotaru (Jap.); een krekel, Gryllus, Sibebe (Aino), Kirikirisu (Jap.); bijen, Apis melifera, Sisjôja (Aino), midsuhatsi (Jap.); wespen, Vespa, eene met witte vlekken Majuksjôja (Aino), Hatsi (Jap.); paardevliegen, Oestrus, Sirawo (Aino), Apû (Jap.); aardwespen, Pompilus, Jasjôja (Aino), Tsudsibats (Jap.); waternimfen, Libellula, Hankkatsjui (Aino), Tonbo (Jap.); kapelletjes, Mareu (Aino), Tjô (Jap.); ook nachtvlinders, mosetsikap; eindelijk muggen, Culex, Tipula, Simulium, Ithutanne, Kamurusju, Ibiro, Irairai, Itsjottsjare (Aino), Ka en Futô (Jap.); luizen, Urki (Aino), Sirami (Jap.); vlooijen, Taike (Aino), Nomi (Jap.); duizendbeenen, Julus, Itemekkiri (Aino), Makade (Jap.); en pieren, Tonin, Rutswo (Aino), Mimizu (Jap.). Wij gevoelen zeer goed, dat zoo vele vreemde woorden voor onze lezers eene vervelende lektuur zal zijn; het nut echter, dat daaruit zeevaarders en reizigers in de Aino-landen bij hunne natuur- of taalkundige navorschingen zullen kunnen trekken, heeft onszelven aangemoedigd een zoo moeijelijken letterkundigen arbeid te volbrengen, en moge dien dan ook bij hen verschoonen.