← Table of contents
Reize van Maarten Gerritsz. Vries in 1643 naar het Noorden en Oosten van Japan

Note 38 — I. DE ONTDEKKING VAN HET EILAND BRESKENS EN VAN DE QUAST’S EILANDEN.

Reading edition

Twee Caerten van gedaene Coursen des Comm. Quast, tot ontdeckingh van ’t Goudrijcke eiland, verg. p. 33.

[39] Journael ofte dachregister van den Ed. Commandeur Mathijs Quast. M.S. 1639. Von Siebold’s Geschichte der Entdeckungen im Seegebiete von Japan. Leyden 1853.

[40] Deze keten van eilanden, die zich van 26° 38′ tot 27° 45′ N.Br. en van 142° tot 142° 14′ O.L. v. Gr. uitbreiden, is later meermalen teruggevonden geworden, en vindt zich onder de namen van Islas del Arzobispo (1734), Margarets eilanden (1773), Mendizaval, Desconosida, Guadelupe, e.z.v., en onder zeer verre uiteenloopende lengtebepalingen op de kaarten van de 18de eeuw aangeteekend, maar nergens aardrijkskundig beschreven. Ook zijn zij door de Japanners reeds in 1675 bij toeval ontdekt en Munin-sima, d. i. eilanden zonder menschen, en later naar den ontdekker Ogasawa-sima genoemd, en in 1785 door eenen Japanschen aardrijkskundige Fajasi Sivei in zijn boekwerk „San-kok-tsu-ran-dsu-ki”, d. i. Beschrijving van drie rijken, beschreven en in kaart gebragt geworden. Dat boekwerk en eene Nederduitsche vertaling daarvan werd door den geleerden Isaak Titsingh, in de jaren 1780-1785 Opperhoofd van den Nederlandschen handel in Japan, naar ’t vaderland overgebragt, is echter na zijn’ dood (te Parijs in 1812) in handen van Abel Remusat, en later in die van Julius Klaproth gekomen. Door deze onwettige erfgenamen van Titsingh’s letterkundige nalatenschap is dan ook de beschrijving van de zoogenoemde „Iles Bonin ou inhabitées,” in 1818 uitgegeven geworden, die op nieuw de aandacht van zeevaarders tot zich getrokken en de aanleiding tot de opzoeking, als het ware tot de wederontdekking, door den Engelschen Kapt. Beechey (in de maand Junij 1827) en door den Russischen Kapt. Lutke (in Mei 1828) gegeven heeft. Thans, sedert den 22 Aug. 1853, bestaat op het grootste der Bonin eilanden, het „Peel Island”, waarvan Beechey in der tijd voor Engeland bezit genomen had, eene gemeente van meestal Amerikanen, die zich „the Colony of Peel Island” noemt. De zuidelijke groep dezer eilanden, door Beechey „Baily Group” genoemd, werd in October 1853 door den Amerik. Kapt. Kelly onderzocht voor de Vereenigde Staten van Noord-Amerika in bezit genomen, en naar den gezagvoerder van eenen Amerikaanschen walvischvanger „Transit”, die in 1823 bij toeval daar ten anker gekomen is, „Coffins Islands” genoemd. Commodore Perry, die de Bonin eilanden in 1853 bezocht heeft, begreep zeer goed, dat, zoowel voor walvischvangers als voor de mailstoomvaart van Californië naar China en later naar Japan, deze eilanden weldra een van de meest belangrijke stations in het noordelijk gedeelte van den Grooten Oceaan zullen worden. In ’t bezit der „Quast eilanden” heeft dus Engeland met Amerika gedeeld, terwijl de eer der ontdekking aan onze oude zeevaarders en de verdienste van de eerste aardrijkskundige kennis daarvan aan de letterkundige nasporingen van onze Nederlandsche geleerden toekomt. De schrijver dezes heeft reeds in 1824 de aandacht van de Nederlandsch-Indische regering op deze belangrijke groep van eilanden gevestigd, waar toch de Japansche regering, want ze worden tot het Japansche rijk geteld, liever de Nederlandsche als eene andere vlag zag waaijen!

[41] Ook houdt von Krusenstern een ongeveer 4 engel. mijlen lang eiland, door den Engelschen kapitein Kendrik op 24° 35′ N.Br. en 134° gezien en onder de naam van Kendrik Island in de kaart van Arrowsmith opgenomen, voor Rasa.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings