← Table of contents
Mijn verlustiging

VERGANGKLIJKHEID VAN HET GENOEGEN.[Pg 85]

Reading edition

Op zachte myrth- en lotosblaân Genoeglijk uitgestrekt, Breng' mij Kupído-zelf den vollen beker aan, Met opgestrikt gewaad bedekt! Want, met wat spoed een rennend wagenspan Door 't vlak der velden rijd', Veel sneller is het vlieden van Des menschen levenstijd: En liggen we in het graf ter neêr, Wij zijn een hand vol asch; niets meer. [Pg 86] Waar toe stort ge offergaven uit? Wat zalft gij toch den steen, Die in zijn' hollen buik het zielloos rif besluit? Wat strooit gij daar 't gebloemte om heen? Spil liever nu den nardus aan mijn hoofd, En vlecht me een' rozenkrans: Eer ik, van 't levenslicht beroofd, De schimmen lei' ten dans', Wil ik van alle zorg en pijn, Van allen druk ontheven zijn.

Illustration from Mijn verlustiging
Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings