MIJN CYTHER.[Pg 63]
Reading edition
Ik wil Alkménes groten zoon Verbreiden op een' fieren toon, Zijn deugd ten loon: Maar ach! al te onervaren In 't hartverheffend Heldendicht, Weêrgalmen mijne snaren Van Pafos dartel minnewicht.— 'k Span nieuwe koorden op mijn Lier, En zing van Mavors Veldbanier: Maar ach! wat onvermogen! Mijn Cyther klinkt van Venus spruit, Weêrspannig aan mijn pogen.— Welaan dan, mijn geliefde Luit! Druk teêre minnelustjes uit, In plaats' van bloedige orelogen.