OP EENEN ZILVEREN KROES.[Pg 96]
Reading edition
Wil mij, vernuftige Vulkaan, Geen wapenrusting voor mijn leden (Want wat gaat mij Gradívus aan?) Maar een' Bokaal van zilver smeden. Wil om den rand geen Firmament, Orìon, of Kalisto snijden: (Mij zijn de starren niet bekend; Ik wil den zouten plas vermijden.) Maar dat me uw bijtel daar een' wijnstok om vertoon, Met vruchten, die het hart ververschen; En Sémeles en Venus zoon, Die in een gouden kuip de rijpe druiven persen.
