AAN DAFNE.[Pg 34]
Reading edition
De snelgewiekte God der minn' Is Cytherêaas schoot ontvloden; Die vluchtling sloop ten mijnen boezem in. Men heeft uit Venus naam drie kusjes aangeboden Voor die, haar gramschap ten gevall', Het wichtje wederbrengen zal. Hergeef, behoude ik hem—? Ik blijf in twijfel hangen; Daar trekt mij 't gastvrijrecht; hier spreken mijn belangen: Een lieve kus van Venus is zo zoet! Gij, Dafne, die hij-zelf voor zijne moeder groet. Zeg, wilt gij hem tot d'eigen' prijs ontfangen?
