← Table of contents
Mijn verlustiging

DE LIEFDE.[Pg 78]

Reading edition

Als Kupîdo, met zijn' staf, Mij in hobbelige dalen, Die nooit wind verfrissing gaf, Door de struiken heen deed dwalen; Heeft me een adder, voor het oog In de kruiden neêrgedoken, Op het onvoorzienst gestoken: 't Scheen dat mij de geest ontvloog; 't Hart kromp in mijne ingewanden; 'k Dacht, mijn dood is nu voor handen: Maar Kupîdo, die dit ziet, Slaande 't dons van zijne vlerken Op mijn hoofd, om mij te sterken, Zegt: gij kunt nog 't minnen niet.

Illustration from Mijn verlustiging
Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings