AAN EENE SCHONE.[Pg 83]
Reading edition
Men zegt dat Niobe voorheen Aan Xanthus oever is veranderd in een' steen; En dat Pandsons telg het wraakzwaard naar den hogen Op zwaluwwieken is ontvlogen: Maar ik, ik wenschte een spiegelglas Te zijn, op dat me altoos uw minlijke oogen zagen: Ik wenschte dat ik u een kleed, ô schone, was, Op dat gij me altijd meê mocht dragen. ô! Ware ik u een halssieraad, Of kostelijk kleinood van jaspis of agaat: Zo mogt ik 't zachte albast van uwen boezem strelen, En dartel om uw' gorgel spelen! Och of ik ware een zuiver vocht; Zo waschtet gij met mij uw poezle en blanke leden! Och of ik in uw' schoen voor 't minst verwandlen mocht; Zo wierd ik door uw' lieven voet vertreden!