OP DE ROOS.[Pg 94]
Reading edition
Zo Jupiter in 't Rijk der bloemen Een Heerscheresse zou benoemen, Aan 't Roosje schonk hij de oppermacht.— Der bloemen oog, des aardrijks pracht, Der planten luister, zijn de Rozen, Zij ademen een liefdegeur, En doen, door schitterende kleur, De velden allerlieflijkst blozen. Zij pronken met de zachtste blaân: Zij kweken minnelustjes aan; En lachen, van groen loof omgeven, De Zéfyrs toe, die om haar zweven.