← Table of contents
Mijn verlustiging

* * *[Pg 47]

Reading edition

* * *[Pg 47]

DEVS, DEVS NAM ME VETAT INCEPTOS, OLIM PROMISSVM CARMEN, JAMBOS AD VMBILICVM ADDVCERE.

HORAT.

Welk eene werkeloosheid mijne zinnen aldus heeft betooverd, Dat ik mij-zelven vergeet; Of mij 't bedwelmende water van Lethe met gretige teugen 't Dorstige hart hadd' gelescht? Wat mijne dichtaâr belet, voor u, voor de vriendschap te vloeien? Vraagt ge ten onrecht', mijn Vriend. Ach! eene Godheid, een Godheid verbiedt mij de Cyther te roeren: Liefde beneemt mij de kracht. Zo heeft de Thêïsche Dichter geblaakt door de dartele vlammen, Die hij zo kunstloos bezong. Zo heeft de Leeraar der liefde de liefde in Leander geschilderd, Zo ook in Isis gemaald. Zo hebt ge-zelf uwe borst (hoe fier ook!) voelen ontgloeien, Voor een beminlijke Gaâ. Juich in uw redding, mijn Vriend! maar toon u gevoelig voor 't lijden; 't Welk gij ontworstelen mocht!

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings