LIEFDE.[Pg 50]
Reading edition
Geen overmaat van kunstgedienstigheden, Op 't winnen van een schoonheid toegelegd; Geen teedre taal, of diergezworen eeden, Zijn 't kenmerk, dat den liefdegloed beslecht. Maar, zonder hoop, zich-zelven weg te schenken; Van 't diepst ontzag voor 't voorwerp aangedaan, Verwarringvol te staren op heur wenken; Door 't brandend oog zijn' boezem te verraân: Standvastig, teêr, en vurig, zelfs in 't midden Der teistring' van de doodelijkste smart', De vlam, waar in men wegsmelt, aan te bidden: Zie daar de min! zij huisvest in mijn' hart'.