* * *[Pg 1]
Reading edition
* * *[Pg 1]
In den slaap verscheen mij Venus, en zij bracht mij haren zoon: Dichter, onderwijs dit wichtje, sprak zij, in den Cythertoon. 'k Stelde mijn ontsnaarde Cyther, en begon mijne eerste les. 'k Zong, hoe 't fluitje wierd' gevonden van de schone Vreêgodess': Hoe Apol de luit hanteerde: Pan het zevenmondig riet: Maar die onbesuisde jongen lettede op mijn zingen niet. [Pg 2] Eindlijk sprak hij, arme Dichter, staak uw dorre poëzij; Geef het speeltuig mij in handen: 'k weet dit beter reeds dan gij. Straks begon hij op mijn snaren een' bijzondren toon te slaan; En hief dartle minnelustjes, minnegreepjes, kusjes, aan. IJlings was ik 't al vergeten, wat ik hem had voorgespeeld, En kon verder niets meer zingen, dan het lied, door hem gekweeld.
