← Table of contents
Jack Rustig

Drie-en-twintigste hoofdstuk.

A. J. van Dragt translation

Ongunstige berichten van huis dwingen Jack overijld naar Engeland terug te keeren.

Den volgenden morgen, bij het ontbijt, werden de brieven uit Engeland binnengebracht en onder het schiften zei de gouverneur:

“Meneer Rustig, hier zijn er twee voor u; ik vrees, dat ze geen aangename tijding zullen bevatten, want ze zijn met zwart lak verzegeld.”

Jack nam met een beleefde buiging de beide brieven in ontvangst en begaf zich naar zijn kamer. De eerste, dien hij opende, was van zijn vader en luidde als volgt:

“Mijn beste Jack!

Het zal u zeker leed doen te vernemen dat uw arme moeder, na bijna twee jaren lang in het hoekje van den haard op het duizendjarig rijk gewacht te hebben, uit dit leven verscheiden is. Zij was een goede vrouw, en altijd heb ik haar heur eigen zin maar laten volgen. Haar hoofd heb ik nauwkeurig onderzocht en de uitkomst van dat onderzoek heeft de betrouwbaarheid van mijn ontdekking op phrenologisch gebied opnieuw glansrijk gestaafd. Het arme schepsel is heengegaan en een betere vrouw en moeder heeft er nooit bestaan. Mijn beste jongen, ik moet er nu bij u op aandringen, dat ge uw ontslag uit den zeedienst neemt en zoo spoedig mogelijk huiswaarts Bladzijde 195keert. Zonder u kan ik niet leven, en ik heb bovendien uw hulp noodig bij het grootsche werk, dat ik ga ondernemen. De tijden zijn aanstaande, dat de zaak der gelijkheid zal triomfeeren; de vertrapte slaven steken de hoofden reeds op; met mijn gloeiende toespraken heb ik hen opgewekt en aangevuurd, maar ik begin oud te worden. U, mijn zoon, vraag ik mijn profetenmantel op te nemen en dan zal ik glorievol deze aarde verlaten.

Uw toegenegen vader, NICODEMUS RUSTIG.”

“Hieruit moet ik begrijpen,” dacht Jack, “dat mijn moeder gestorven en mijn vader gek geworden is.” Geruimen tijd bleef onze held in droef gepeins verzonken; hij wijdde menigen traan aan de nagedachtenis zijner moeder, die hij wel nooit geëerbiedigd, maar toch liefgehad had. Er verliep wel een half uur, eer hij den tweeden brief opende. Deze was van dokter Middleton.

“Mijn waarde vriend!

Ofschoon ik nooit briefwisseling met u heb gehouden, meen ik toch in uw kinderjaren genoeg met u in aanraking te zijn geweest, om in de gegeven omstandigheden eenige regels tot u te mogen richten. Dat gij tegenwoordig wel genezen zult zijn van uw vaders dwaze en onzinnige wijsbegeerte, lijdt bij mij geen twijfel. Ik was ’t, die indertijd, juist met die bedoeling, uw van-huis-zenden heb aangeraden, en ik ben er zeker van, dat gij als jongmensch met gezond verstand en erfgenaam van een groot vermogen, reeds lang het valsche van uw vaders stellingen hebt ingezien. Uw vader deelt me mede, dat hij u dringend verzocht heeft naar huis te komen, en als soms mijn oordeel eenig gewicht in de schaal kan leggen, vergun mij dan u de inwilliging van dat verzoek ten sterkste aan te raden. Als gij niet spoedig terugkeert, zult gij nog tot een bedelaar gemaakt worden, want ’t is niet te zeggen wat al schulden uw vader zich in zijn krankzinnigheid op den hals kan halen. Zijn voordurend opruien der ontevreden boeren, is hem al duur te staan gekomen. Hij heeft al zijn boschwachters ontslagen, en laat de stroopers maar vrij op zijn landgoed toe. Kortom, hij heeft zijn verstand verloren, en al zou ik niet gaarne dwangmaatregelen aanraden, toch beschouw ik ’t als hoogst noodzakelijk, Bladzijde 196dat gij onverwijld huiswaarts keert, om hier orde op de zaken te stellen.

In de hoop u spoedig de hand te kunnen drukken, blijf ik

Uw welmeenende vriend, G. MIDDLETON.”

Die twee brieven gaven veel stof tot ernstige overweging, en nog nooit had Jack de dwalingen van zijn vader zoo goed ingezien. Wel was hij langzamerhand grootendeels teruggekomen van diens denkbeelden, maar toch bleef hij er in zekere mate nog aan gehecht, als aan een oude gewoonte; nu echter gingen de oogen hem opeens open. Langen tijd zat hij als versuft, en toen hij eindelijk op zijn horloge keek, bemerkte hij dat het bijna etenstijd was. Hij kleedde zich dus haastig voor het diner, en ging naar beneden. Aan tafel sprak hij weinig, en verwijderde zich zoodra het maal was afgeloopen, terwijl hij de twee brieven in handen van den gouverneur achterliet, met verzoek hem morgen van raad te willen dienen. Gascoigne volgde hem en aan dezen vertrouwde hij zijn smart toe. Ned troostte zijn vriend zooveel in zijn vermogen was en nadat zij den avond zamen hadden doorgebracht met allerlei overleggingen, begaven beiden zich te bed en waren weldra in vasten slaap.

“Één ding is zeker, mijn beste jongen,” merkte de goeverneur den volgenden morgen op, toen hij aan het ontbijt onzen held de brieven teruggaf, “namelijk, dat uw vader stapelgek is. Met dokter Middleton, die een verstandig man schijnt, ben ik ’t volkomen eens, dat gij zoo spoedig mogelijk naar huis dient te gaan.”

“En den zeedienst voorgoed verlaten, meneer?” vroeg Jack.

“Nu, eerlijk gezegd, geloof ik niet, dat gij er bijzonder voor geschikt zijt. Mij zal ’t spijten als ik je kwijt raak, omdat je zoo machtig aardig weet te vertellen, maar als ik kapitein Wilson goed begrepen heb, dan ben je alleen op zee gedaan, omdat hij in den dienst een geschikt middel meende te zien, om allerlei dwaze begrippen bij je uit te roeien. De bedoeling, dat gij bij het vak zoudt blijven, schijnt nooit bestaan te hebben.”

“Ik vermoed ook dat ’t zoo is toegegaan,” antwoordde Jack; “wat mijzelf ten minste betreft, ik zou moeilijk kunnen zeggen, waarom ik eigenlijk in dienst trad.”

“Nu, dat doet er ook niet toe; de zaak is thans maar er zoo spoedig mogelijk af te raken. Jammer maar dat kapitein Wilson nu juist voor een paar dagen afwezig is, maar ik zal bij hem wel alles voor je in orde brengen. Ik stel me voor je aansprakelijk, en gij Bladzijde 197gaat met de pakketboot, die morgenochtend uitzeilt, naar Engeland, en neemt voor alle zekerheid Mesty mee.”

“Hartelijk dank, Sir Thomas, ik ben u ten zeerste verplicht,” antwoordde Jack.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings