← Table of contents
Historie van Mejuffrouw Sara Burgerhart

HONDERD-VYFTIGSTE BRIEF.

Reading edition

DE HEER R. AAN DEN HEER G.

Broeder Lichtmis!

Razent, woedent, helsch kwaadaartig over myne mislukte onderneming! In myne eigen strikken gevangen! Maar wie kon denken, dat er een Burger- meisje in de waereld was, die een man, zo als ik ben, tegenstand zou bieden? Wat moet ik denken; zou er waaragtig zo iets zyn, dat deugd genaamt wordt? Ei, wisjewasjes! Kinderlyke vooroordelen; dat is 't al, en anders is 't niets. Nooit heb ik my zo misrekent! En niets dan schrik kan my haar bezorgt hebben. Zie daar! daar raken de Harddravers met een poot of drie in een der leizels, die ik bevolen had optestrikken, om toch gereet te zyn, zo dra zy besloot my te volgen. Er was niemand op de plaats dan de Tuinvent. Ik moest helpen of myn beste Paarden verliezen. Ik sluit de schone meid in de kamer, verzekert, dat zy myne gevangene moest blyven. En in dien tyd, dat ik in den stal ben, is zy 't ontsnapt. 't Is my volstrekt onbegrypelyk, want er was niemand op de Plaats dan de kerel en ik. Ik kom weêr, doe de deur open, vind haar niet, sta als een driedubbele gek, loop het huis uit, raas, stampvoet, vlieg by Kryn in huis; alles vergeefsch; loop naar 't Hek; ja, 't Hek was open, en ik begreep, dat het niet voor my geraden was, haar na te zetten. Waar zy belant is, weet de Drommel; doch het scheen my hoognodig, om, vroeg in den morgen, weg te ryden; ik ging naar Utrecht, en van daar op Arnhem; thans ben ik op Pruisischen bodem, en laat my ligt Hofraad maken; 't kan te pas komen. Hoort gy niets? Alles zou ik nog vergeten kunnen, maar ik bemin haar tot myn straf. Dit maakt my dol op my zelf, en met dit al, het is niet anders.

Als gy niets beters te doen hebt, kom dan by my, en breng Philips mede, op dat ik ten minsten een paar guiten heb, op wie ik al het onweêr myner gehoonde en van liefde gemartelde ziel vryelyk mag uitgieten.

T. T.

R.

HONDERD-EEN EN VIJFTIGSTE BRIEF.—Wed. Willis laat Blankaart een blauwtje loopen.

HONDERD-TWEE EN VIJFTIGSTE BRIEF.—Hendrik schrijft Sara een solide liefdesbrief.

HONDERD-DRIE EN VIJFTIGSTE BRIEF.—Sara antwoordt hem niet minder degelijk; er ligt haar nog iets op 't hart; ze denkt dat Hendrik nog niets weet van 't geval met R., maar uit de Honderd-vier en vijftigste brief blijkt dat hij alles wist.

HONDERD-VIJF EN VIJFTIGSTE BRIEF.—Anna Willis noemt haar verloofde Smit "waarde vriend"—deelt hem de officiëele verloving mee van Sara en Hendrik. Blankaart was zeer ontroerd, doch lachtte zijn tranen weg.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings