← Table of contents
Historie van Mejuffrouw Sara Burgerhart

HONDERD-EEN EN TWINTIGSTE BRIEF.

Reading edition

DE HEER ABRAHAM BLANKAART AAN MEJUFFROUW SARA BURGERHART.

Juffrouw Burgerhart!

Ik hoor lieve historietjes van u, al hele lieve ook! Hagel en Slypsteen, hoe kan 't zyn? daar je zó veel verstand hebt, en daar je beter je Geloof verstaat dan ik, God betert; en daar ik altoos zo geraden heb, dat je toch den goejen weg op zoudt. Meisje, meisje! maak my niet boos; 't zal er anders op en over gaan; 't zal er ellements te doen zyn. Heb je dáárom zulke kostelyke Ouwers gehad, en moest ik dáárom zó wys met je zyn? Ik kom er blaauw af. Schaamt gy u niet zo te lopen rinkelrooijen [1] met een overgegeven Ligtmis; en u te kleden, of je in een Fransche Winkel stondt? En Mevrouw Buigzaam? och ja; die laat Gods watertje over Gods akkertje lopen; zie, dat vind ik verdord gemeen van zo een' Vrouw.

Men hadt, kwanswys, geen trek tot het huwlyk; men was nog zo jong: men was nu zo gelukkig: zie zo; dat laat ik, ouwe gek, my maar zo op den mou spelden. En onderwyl speelt Madame haar rol, vliegt uit, en loopt met allerlei ploerten en ligte kwanten de godgantsche Stad door, komt by avond en onty t'huis; ja wel, zie; ik ben zo kwaad als een spin. Dáárom hadt gy geen zin in 't Huwlyk, met zulk een braaf man, denk ik; dat was de zaak: dan zou dat gedraaf en geloop uit zyn, en daar bedankte gy voor; niet waar? Myn naam zal evenwel geen Abraham Blankaart zyn, zo ik u, zo lang gy onder myne Voogdy zyt, geef aan den een of ander Parlevinker[2], al was hy zo ryk als de grote Mogol, en al was hy een Burgemeester van zyn hals. Ik denk, dat de brave Heer Edeling u nu wel zeer bedankt voor de eer van uw gezelschap: hy heeft gelyk; ik zou ook zo doen. Antwoordt my maar niet, want ik kom in 't kort t'huis, en zal dan nader met u spreken. Ik ben

Uw Voogd,

ABRAHAM BLANKAART.

Noten:

[1] Pierewaaien. [2] Hier: zwendelaar.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings