Hoofdstuk V.
Reading edition
’t Schip Vlissingen in Japan gelost ƒ 396.036.18.4
’t Schip De Roode Leeuw in Japan gelost ƒ 345.855.14.8
’t Schip De Oude Sonne in Japan gelost ƒ 1.521. 8.14
Nieuwe Maen in Molucos aangekomen en in Malleyo gelost
Engel ƒ 164.806. 8
De rest v. d. goederen per schip Nieuw Bantam voor Yaccatra ƒ 84.453. 7.11
Samen ƒ 992.674.64.5
Notes in this chapter
Note 1 · Zie over het boven behandelde verder Van Dijk, a. w., blz. 224, vv.Note 2 · Zie Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 180.Note 3 · Lam aan bewindh., 10 Juni 1618, Nera; in een noot gedeeltelijk aangehaald door Van Dijk, a. w., blz. 235.Note 4 · Zie Van Dijk, a. w., blz. 234; brief van Coen aan Lam van 30 Dec. 1617, aangehaald bij Tiele, Bijdr., 5e R. dl. II, blz. 224. Tiele ziet hieNote 5 · Coen schrijft: Portugeezen, maar dit zal wel eene vergissing zijn (Coen aan bewindh., 22 Jan. 1620, Hs., R. A.)Note 6 · Brief van Coen aan bewindh., 22 Jan. 1620. Zie verder den brief van de XVII aan Coen, 1 Mei, 1619, aangehaald door Van Dijk, a. w., blz. 234Note 7 · Zie brief van Lam aan den Koning van Mindanao, afgedrukt bij Van Dijk, a. w., blz. 236.Note 8 · Barth. Spilbergen was opperkoopman op Batjan geweest, had daarna Westerwolt op zijn kruistocht voor Manila met raad en daad terzijde gestaanNote 9 · In Hollandsche berichten wordt slechts van twee schepen gesproken. Coen aan bewindh., 6 Mei, 1621, aangehaald bij Tiele, Bijdr., 5e R., dl. Note 10 · Coen aan bewindh., 6 Mei, 1621, aangehaald door Tiele, Bijdr., 5e R., dl. II, blz. 286.Note 11 · Zie Van Dijk, a. w., blz. 237, vv.; Blumentritt, Holl. Angriffe, blz. 21; meermalen aangehaalden brief van Coen aan bewindh., 6 Mei, 1621, aNote 12 · Met het oordeel van Coen stemde Lam volkomen in. Aan de bewindhebbers schrijft deze: “Mijne Ed. Heeren staet te considereren ende rijpelijckNote 13 · Het jaar 1619 dreigde ons ook op andere wijze niet gunstig te zullen zijn. In Jan. toch kwam Kaitsjil Soliman, zoon en gezant van den koningNote 14 · Brief van Coen aan Lam, 29 Oct. 1618, aangehaald bij Van Dijk, a. w., blz. 234.Note 15 · Brief van Coen aan Reaal, 24 Oct. 1618, aangehaald bij Van Dijk, a. w., blz. 234.Note 16 · Zie hierover De Jonge, a. w., dl. IV, blz. XXXV vv.; Tiele, 5e R., dl. II, blz. 216 vv. en P. A. Leupe “W. Jansz van Amsterdam” in BijdragenNote 17 · Coen aan bewindh., 31 Juli 1620, Hs., R. A.; “Instructie voor de schepen Elisabeth, Bull, Haerlem en Hoope”, afgedrukt (maar vertaald) bij NNote 18 · “In vougen, dat minder meerder commanderen sal, welck niet wel en past”, schrijft Coen hierover aan bewindh., 31 Juli, 1620. (Leupe in BijdrNote 19 · Zie de instructie van Rob. Adams, W. Jansz en den raad van 10 schepen, 13 Juni 1620, afgedrukt bij Nachod, a. w., Beilage 20.Note 20 · Zie bovengenoemde instructie.Note 21 · Particuliere instructie aan W. Jansz., afgedrukt bij Leupe, Bijdr., 3e R., dl. VII, blz. 317.Note 22 · Zie de verklaring van Vincent Romeyn (van Lieswyck bij Blanckenburch), aangehaald bij Van Dijk, blz. 239, noot; Coen (brief aan bewindh., 6 Note 23 · Fajardo was zelf met 3 groote schepen, 3 jachten en 2 galeien in zee geweest om op de onzen te kruisen, maar had het blijkbaar verstandiger Note 24 · Zie den brief van Jacques Le Febvre (gezagvoerder op de Trouwe) aan bewindh., 14 Oct. 1621, (Hs. R. A.) Coen was waarschijnlijk verkeerd ingNote 25 · Brief van Coen aan Bewindh., 20 Dec., 1620, gedeeltelijk afgedrukt in een noot bij Van Dijk, a. w., blz. 239. Zie verder Tiele, Bijdr., 5e RNote 26 · Brief van Coen aan W. Jansz., 10 Maart 1622, Hs., R. A.Note 27 · “Instructie voor den Ed. Commandeur Cornelis Reyersen en de Raedt van de vloote nae de cust van Chyna varende”, afgedrukt bij W. P. GroeneveNote 28 · In het vorig hoofdstuk heb ik er reeds op gewezen, dat Coen in 1618 van meening veranderd was, omtrent het zenden van een vloot naar de PhilNote 29 · Dat we hierin goed slaagden, kunnen we in een brief van Coen aan bewindhebbers lezen, waarin hij zegt, dat de Engelschen den handel op de MoNote 30 · Instructie aan Fred. de Houtman gaande naar de Molukken, in ’t Kasteel Amboyna, 11 Juni, 1621, afgedrukt bij Van Dijk, a. w. blz. 249, noot Note 31 · Brief van Fred. de Houtman aan Coen, 12 Juli, 1621. Reeds gebruikt door Van Dijk, a. w. 249, vv.Note 32 · Tanda is volgens de meening van Tiele Tandoc op de Oostkust. Zie Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 310. Op de kaart van Blumentritt in Petermann’sNote 33 · “Instructie voor Christaen Francxz oppercoopman gaende met het schip De Hont naer Mindanao” afgedrukt in Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 308 vv.Note 34 · Op het R. A. is het althans niet te vinden.Note 35 · Brief van Houtman aan bewindh., 16 Maart 1622, aangehaald door Van Dijk, a. w., blz. 250, noot, en Tiele, Opkomst, dl. I, Inleiding, blz. LXNote 36 · Het is vreemd, dat kaap Spiritu Sancto alleen genoemd wordt als de plaats, waar de zilverschepen moesten opgewacht worden, terwijl toch doorNote 37 · Tiele, Bijdr., 5e R., dl. II, blz. 288; Van Dijk, a. w., blz. 251; Gouv.-generaal en raden aan bewindh., 1623; Coen aan bewindh., 6 Sept. 16Note 38 · Brief van gouv.-generaal en raden aan XVIIen, 27 Jan. 1625, afgedrukt bij Van Dijk, a. w., blz. 252.Note 39 · Brief van gouv.-generaal en raden aan XVIIen, 27 Jan. 1625, afgedrukt bij Van Dijk, a. w., blz. 252.Note 40 · Ik schrijf Tandó; in het oorspronkelijk staat Tandau; eveneens staat in het oorspronkelijk ’t eylant Cauwel. In Heeres, Opkomst, dl. II, blzNote 41 · Brief van Jacques Le Febvre aan gouv.-generaal Pieter de Carpentier, 18 Aug. 1624, afgedrukt bij Heeres, Opkomst, dl. II, blz. 6, vv. Ik schNote 42 · Brief van J. Le Febvre aan gouv.-generaal Pieter de Carpentier, 15 Aug. 1625, afgedrukt bij Heeres, a. w., blz. 47.Note 43 · Ofschoon de Engelschen en Hollanders zich meer vijanden dan bondgenooten voelden, zouden zij toch spoedig nog eens gezamenlijk een tocht ondNote 44 · Coen deed in 1621 op zijn tocht naar Banda eerst Ambon aan, waar hij 14 Febr. aankwam en dat hij 23 Febr., na er alles in orde bevonden te hNote 45 · Brief van Coen en raden aan bewindh., 16 Nov. 1621, Hs., R. A., gedeeltelijk afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 289. Merkwaardig is dNote 46 · Resolutie van den raad van defensie, 30 Juni 1621, Hs., R. A.Note 47 · Vgl. Oskar Nachod, Die Beziehungen der Niederländischen Ostindischen Kompagnie in Japan, Leipzig, 1897, blz. 175. Dezen schrijver schijnt slNote 48 · Coen aan J. Z. Dayman op Solor, 5 Jan. 1623, Hs., R. A.Note 49 · Coen aan bewindh., 20 Dec. 1621, Hs., R. A.; brief van Specx van 20 Sept. 1621, afgedrukt bij Valentijn, a. w., blz. 28, vv.Note 50 · Coen aan bewindh., 20 Dec. 1621, Hs., R. A.Note 51 · J. le Febvre aan den gouv.-generaal P. de Carpentier, 27 Oct. 1623, afgedrukt bij Heeres, a. w., dl. II, blz. 2.Note 52 · Coen aan bewindh., 20 Juni 1623, afgedrukt door Leupe, Bijdr., 3e R., dl. III, blz. 321.Note 53 · Coen aan W. Jansz, 3 Mrt. 1622, Hs., R. A. Deze bevelen waren W. Jansz geworden door middel van het jacht St. Nicolaes, dat 30 Mei 1622 naarNote 54 · Dit schip behoorde eigenlijk niet tot de vloot van defensie, maar had deel uitgemaakt van de vloot, die onder Reyersz in April 1622 naar ChiNote 55 · De eerste tocht, dien de Hollanders en Engelschen gezamenlijk naar de Philippijnen hadden ondernomen, was, zooals wij medegedeeld hebben, niNote 56 · De orde werd op genoemden tweeden tocht beter gehandhaafd. Coen schrijft hierover9: “Desen tocht is redelyck en vredich gegaen, ’t schijnt, Note 57 · Coen aan bewindh., 6 Sept. 1622, Hs., R. A., en “Verclaringe van Jonas Adriaensen (uitgevaren met Swarte Teunis, gevangen in de Tidore, gebrNote 58 · Coen deelt dit mede in een brief aan bewindh., van 26 Jan. 1622 (Hs., R. A.). Hij put dit uit onderschepte brieven van de Audiencia aan den Note 59 · Coen aan bewindh., 20 Dec. 1621, Hs., R. A.Note 60 · Coen aan bewindh., 21 Jan. 1622, gebruikt door Tiele, Bijdr., 5e R., dl. II, blz. 287.Note 61 · W. P. Groeneveldt, “De Nederlanders in China”, Bijdr. tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van Ned. Indië, 6e R., dl. IV.Note 62 · Combon, het Chineesche Koen-boen, is een titel, die destijds aan den gouverneur-generaal gegeven werd; hier bedoelt men echter den te HoktsiNote 63 · “Instructie voor den Ed. Commandeur Cornelis Reyersz en de raad van de vloote naer de cust van China varende,” afgedrukt bij Groeneveldt, BiNote 64 · Het buitmaken van Chineesche jonken, die op Manila voeren, werd niet als een vijandelijkheid tegen de Chineezen beschouwd.Note 65 · Uit mijn vorig hoofdstuk is reeds gebleken, dat het vermoeden omtrent de schepen van Jansz. juist was. Van Nieuweroode waren ook werkelijk dNote 66 · Reyersz was nl. ook met den gouverneur overeengekomen, dat er 2 jonken met handelswaren naar Batavia zouden gaan, tegelijk met zich voerendeNote 67 · “Extracten uit de resolutiën van den raad van Reyersz, 11 April 1622–23 Sept. 1623”, afgedrukt bij Groeneveldt, in Bijdr., blz. 411 als bijlNote 68 · Brief van C. Reyersz aan gouv.-generaal en raden, 26 Sept. 1623, afgedrukt bij Groeneveldt, Bijdr., blz. 458.Note 69 · Zie den brief van Reyersz aan totock Chiam Soutchia van 27 Aug. 1623 afgedrukt bij Groeneveldt, Bijdr., blz. 204.Note 70 · Groeneveldt, Bijdr., blz. 291.Note 71 · Gouverneur-generaal en raden aan bewindh., 4 Maart 1624, Hs. R. A.Note 72 · Brief van den gouv.-generaal en raden aan bewindh., 29 Jan. 1624, Hs., R. A.Note 73 · Brief van P. de Carpentier aan bewindh., Jan. 1625, Hs., R. A.Note 74 · Gouv.-generaal en raden aan bewindh., 4 Maart 1624, en Corn. van Nieuweroode te Firando aan P. de Carpentier, 3 Dec. 1624 (Hs., R. A.) De laNote 75 · Dagregister van het Kasteel van Batavia, 27 Jan. 1624, uitgeg. door Mr. J. E. Heeres.Note 76 · Het bericht bij Blumentritt, Holländische Angriffe, blz. 23, dat de pogingen der Jezuïeten om de Spaansche heerschappij over het eiland MindNote 77 · Terwijl W. Jansz. met zijn vloot in 1622 voor Manila lag, was de toestand, waarin zich de Spanjaarden bevonden, oogenschijnlijk verre van roNote 78 · Terwijl de Hollanders en Engelschen in dezen tijd gezamenlijk poogden den handel der Chineezen op Manila te beletten, was meer en meer het pNote 79 · Bij de verschillende onderhandelingen, die ten slotte tot dit resultaat geleid hebben, is herhaaldelijk door de onzen de eisch gesteld, dat Note 80 · In de instructie van Reyersz7 lezen wij: “Wij verstaen ende onse meninge is, dat UEd, soo lange ’t noord ooste moesson duert, eenige schepenNote 81 · Hierna werd bijna onafgebroken de handel der Chineezen op Manila belemmerd door de aanwezigheid van Hollandsche vaartuigen op de kust van ChNote 82 · Wij hebben gezien, dat de Nederlanders alle pogingen in het werk stelden om den winstgevenden Chineeschen handel aan de Spanjaarden te onttrNote 83 · Reeds den 23en April 1623 was een vloot van elf schepen bemand met 1637 koppen, uitgerust op last van de staten-generaal volgens een ontwerpNote 84 · Van de Oude Maen vond ik niets vermeld. Deze Factuur genoemd bij Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 325, noot.