← Table of contents
De Nederlanders in de Philippijnsche Wateren vóór 1626

Note 5 — Hoofdstuk V.

Reading edition

Terwijl de Hollanders en Engelschen in dezen tijd gezamenlijk poogden den handel der Chineezen op Manila te beletten, was meer en meer het plan gerijpt om den alleenhandel te verkrijgen. Aan de Portugeezen moest Macao ontrukt, of bleek dit ondoenlijk hun handel onderschept worden door kruisers. Ook Manila moest men, zooals dat reeds verscheidene malen gebeurd was, gedurende eenige maanden blokkeeren en bovendien letten op de, uit Nova-Spanje komende, zilverschepen. Het uitzenden der kruisers kon het best geschieden van Macao of een ergens elders te bouwen fort. Wij alleen zouden dan aan Japan, waaraan de handel met China was ontzegd, en aan de verdere landen de Chineesche waren kunnen doen toekomen, wat natuurlijk een onuitputtelijke bron van rijkdom zou zijn. Met dit doel werd in April 1622 een vloot van zes schepen en twee jachten onder bevel van commandeur Reyersz daar heen gezonden, waarbij zich later Nieuweroode met nog vier jachten gevoegd heeft. De geheele lijdensgeschiedenis dezer expeditie mede te deelen ligt niet op mijn weg, terwijl zij bovendien zeer uitvoerig door Groeneveldt is behandeld5. Genoeg zij hier te vermelden, dat de aanslag op Macao mislukte, waarna Reyersz een fort stichtte op Pehou, een der Pescadores, van waar uit hij herhaalde pogingen in het werk stelde om met de Chineezen handelsbetrekkingen aan te knoopen. Noch de oorlog, die den 2en Oct. aan de Chineezen werd verklaard, noch de reis, die Reyersz na de hervatting der onderhandelingen ondernam naar den in de hoofdstad Hoktsioe (Foetsjou) gezetelden gouverneur, hadden het gewenschte gevolg. De Chineezen hielden hardnekkig vast aan hun eisch, dat wij, zoo wij met hen in handelsrelaties wilden komen, de Pescadores zouden verlaten, waarna wij ons dan op Formosa of elders buiten China zouden kunnen vestigen. Toch werd aan Sonck, toen hij den 11en Juni 1624 als plaatsvervanger van Reyersz naar Pehou vertrok, in zijn instructie uitdrukkelijk gelast, Pehou niet te verlaten vóór de Chineezen tenminste gedurende één jaar met ons op Formosa waren komen handelen. Zoodra Sonck in Pehou aankwam, bleek het hem, dat de toestand aldaar geheel en al veranderd was. De Chineezen waren van aangevallenen, aanvallers geworden en trachtten de onzen met een groote troepenmacht uit de Pescadores te dringen. Ofschoon oneindig veel geringer in aantal, waren de Nederlanders misschien toch wel in staat geweest hen met geweld te verdrijven; maar daar allen, die met de Chineezen in aanraking waren geweest, eenstemmig oordeelden, dat men alleen kans had den handel te bekomen, als Pehou verlaten was, besloot Sonck en zijn breede raad, tegen de instructie in, aan den eisch der bewoners van het Hemelsche Rijk gevolg te geven, Pehou te verlaten en zich op Formosa te vestigen. Dienovereenkomstig werd den 26en Aug. met de slooping van het fort op Pehou een aanvang gemaakt en vier dagen later vertrok Sonck naar Formosa om orde te stellen op de aldaar nieuw te bouwen vesting. Omtrent den handel hadden de Chineezen zich bij contract verbonden dien met ons te zullen beginnen. Van monopolie was dus geen kwestie.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings