← Table of contents
De Nederlanders in de Philippijnsche Wateren vóór 1626

Note 7 — Hoofdstuk V.

Reading edition

In de instructie van Reyersz7 lezen wij: “Wij verstaen ende onse meninge is, dat UEd, soo lange ’t noord ooste moesson duert, eenige schepen omtrent Chincheu houden sult, omme de Chinezen de vaert op Manilha ende alle andere plaetsen uitgesondert Batavia, gelijck voorengeseyt is, te verhinderen; soo sulcx daer, gelijck wij meenen, gedaen can worden, sult niet noodig wesen een vloote ofte eenige scheepen naer Manilha te senden, maar bij aldien de Chinezen omtrent Chincheu niet ingehouden connen worden, sal UEd de voornaemste macht houden ter plaetse daer de raedt bevindt, dat den vijandt den Chinezen handel best ende meest verhindert can werden”. Nog voor Macao liggende, was dien overeenkomstig den 27en Juni De Engelsche Beer en het jacht St. Crux opgedragen gedurende 40 dagen tusschen Isla de Lamo, Namoa, Chinchu (Amoy) en de Pescadores te gaan kruisen op de Manila-vaarders. Den 6en Juli voegde De Engelsche Beer zich echter alweer bij de vloot van Reyersz, welk voorbeeld den 21en dier maand door St. Crux gevolgd werd. Dit jacht was slaags geweest met een Chineesche jonk, die het echter niet had kunnen veroveren. Waarom zij binnen den bepaalden tijd terug kwamen, staat niet vermeld.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings