Note 2 — Hoofdstuk V.
Reading edition
Coen deelt dit mede in een brief aan bewindh., van 26 Jan. 1622 (Hs., R. A.). Hij put dit uit onderschepte brieven van de Audiencia aan den koning van Spanje. Dit door de Audiencia ingediende beklag over Fajardo was blijkbaar niet bekend aan Blumentritt, die in Holl. Angriffe, blz. 23, zegt: “Fajardo wehrte sich so gut es gieng”; terwijl hij hem even verder noemt “den wackeren”.