Gekken te hoop.
Reading edition
(OP 'T WOORD: DAAR IS ZOO IETS.)
Of dit òf dat, elk heeft al iet, Tot 's naasten klein of groot verdriet: De hanen trotschen op haar kam, Het varken denkt: ik voer de ham, De wevers-spoel loopt veel te knap, Om om te zien na pelzers lap; Maar wij Sciëntes[1] zijn geleerd, 't Is 't bonum mentis[1], dat ons eert; Puf met het volkje zonder geest! Wat is een leek meer als een beest? Maar als 't al t' zaam wel is bezien, Wat schelen doch die lieve liên, Waar van elk trotst op zijn uitstek? D' een is een nar, en d' aâr een gek.