← Table of contents
Laatste verzen

ONGEDAGTEEKENDE GEDICHTEN EN ONVOLTOOIDE „SLAPENDE BOTTEN”

Reading edition

[180] [181]

DE BOODSCHAP De boodschap uit des Heeren woon ’t geheim des Heeren boodschappend, begroet ze vol genaden, die zal Moeder Gods en Maged zijn. De Maagd bezoekt de moeder van Johannes, haar in ’t bloed verwant, en ongebaard verkondigt hij dat Jezus reeds geboren is. Het woord dat vóór alle eeuwen uit des Vaders wezen wierd, verschijnt, het sterflijk uit een’ Moedermaagd gesproken God- en menschenkind. Het kind wordt in Gods huis gebracht, die ’t al gebiedt hoort man’s gebod en, afgekocht om niet bijkans wordt hij die ons verlossen zal. Hymn. in off. ss. Rosarii.

[182]

HOSANNAH Hosannah zingt, ’t is palmendag. Jerusalem, slaat open uw’ deuren al, komt uitewaard, en kust, in ’t zand gekropen, het voetspeur en de stappen van het veulen, dat vol eer is voerende in Jerusalem —Hosannah zingt!— den Heer!

[183]

WEGGEROOFDE LELIE Weer een weggeroofde lelie uit des werelds doorenveld, na des levens rampmartelie, hooge in ’s hemels hof gesteld. ’t Maagdenlijkske is afgemalen, tot den laatsten vezel af: niet en kwaamt gij nederhalen, dood, bijkans, in ’t duister graf. Wederom, en vrij, geboren, vloog het zielke hemelwaard: dood, gij hebt den strijd verloren, ’t leven hebt ge, o dood, gebaard.

[184]

GELIJK DE ARME PELGRIM Gelijk de arme pelgrim getreden komt, die pijn heeft en honger geleden om ’t zoolange, zoolange geduren van de reize, toch eindelijk de muren kan zien rijzen, nog blauwende in den morgenstond van ’t huis waar hij moeders bezorgen vond.

[185]

O LIEFSTE JESU ZOET Ik wil mij gansch u geven nu, o liefste Jesu zoet, den loop van al mijn leven u mijn herte en mijn gemoed. Aanveerd dat herte en ’t uwe zij o Jesu ook gegeven mij verwisseling van liefde doet met mij o Jesu zoet. ’k Beminne u uit der maten zeer, o liefste Jesu zoet. Gij zegt dat ik u volgen, Heer en u beminnen moet, ik vrage u dan, o Jesu kind, die kinderherten meest bemint, dat gij mij ’t alderhoogste goed in u beminnen doet. Van herten zijn wij één voortaan, o liefste Jesu zoet, ik wil door alle smerten gaan, door allen tegenspoed [186] en sterven zal ik onversaagd, zoo Gij mij in uw herte draagt en nimmermeer daaruit en doet, o Jesu, Jesu zoet.

[187]

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings