← Table of contents
Gulliver's Reis Naar Liliput

HOOFDSTUK XII.

Reading edition

AANKLACHT, GERECHTSHOF EN VONNIS.

Diep geroerd, wilde ik mijnen trouwen vriend bedanken, maar hij beduidde mij te zwijgen en las: "Aanklacht tegen Quimbus Flestrin (den menschberg) wegens hoogverraad.

Artikel 1. Ofschoon door een wet, uitgevaardigd onder de regeering van Zijne Keizerlijke Majesteit Kalin Deffar Plune, vastgesteld is, dat al wie binnen het bereik van het keizerlijk paleis verschijnt, hetzij onvoldoende,—hetzij onbehoorlijk,—hetzij onvolledig gekleed aan lijf en eer gestraft zal worden wegens hoogverraad, heeft tòch genoemde Quimbus Flestrin het hooge bevel opzettelijk en bewust overschreden, en gewaagd onder voorwendsel brand te willen blusschen in de vertrekken onzer zeer geliefde keizerin, geheel ontdaan van zijne bovenkleeren, schaamteloos en brutaal zich, alleen gekleed in een hemd, aan de omstanders te vertoonen, welke misdaad strafbaar is in gevolge van §§ 7843, 7844, 7845, 7846, 7847 en 7848 van de strafwet, en in gevolge van §§ 12374, 12375 en 12376 van de politieverordening op openbare wegen enz. enz.

Artikel 2. Ofschoon zijne keizerlijke Hoogheid den beklaagde, nadat hij op aanduiding van Zijne Majesteit de vloot uit Blefusku had afgehaald, uitdrukkelijk had bevolen,

I. ook alle andere schepen uit Blefusku te halen,

II. het keizerrijk Blefusku tot eene provincie van Liliput te maken,

III. niet alleen alle van Liliput naar Blefusku uitgeweken dik-eiïgen te dooden, maar ook

IV. de geheele bevolking van dit ongeloovige rijk onmiddellijk te dooden wanneer zij nog langer dik-eiïgen wilden blijven,

heeft toch in weerwil daarvan, de herhaaldelijk genoemde Flestrin de verregaande brutaliteit gehad om het bevel van onze zeer beminde keizerlijke Hoogheid te weigeren, onder het laffe en domme voorwendsel, dat het hem tegen de borst stuit, een dapper en edel volk te onderdrukken en te verdelgen.

Zoo is de menschberg dus strafbaar in gevolge van §§ 7817, 7818, 7819, 7820 a: en b: van de strafwet en voorts in gevolge van §§ 84, 85 en 86 van de wet tegen de dik-eiïgen.

Artikel 3. Ofschoon het bovengenoemden Flestrin bekend was, dat de gezant van Blefusku de afgezant van een vorst was, die nog kort geleden met onzen vredelievenden keizer in een kwaadwillig-ontstanen oorlog was gewikkeld, waagde de menschberg het toch af en toe met dezen gezant te verkeeren, en hem als ware hij een Liliputter bij zich te ontvangen en te behandelen. Strafbaar enz. enz.

Artikel 4. Ofschoon de beklaagde moet weten, dat de vorst van Blefusku en zijn volk door ons land als erfvijanden worden beschouwd, loopt hij met het plan rond, zich beroepende op eene slechts mondeling en terloops geuite toestemming van zijne keizerlijke Hoogheid, ons land met de arglistige bedoeling te verlaten, naar Blefusku te reizen en daar de vijanden van ons dapper, vredelievend volk in hunne vijandige pogingen te steunen door hun hulp, medewerking en bijstand te verleenen. Strafbaar enz. enz.

Er volgen hier nog achttien artikelen; maar deze zijn de belangrijkste," zoo eindigde mijn vriend ten slotte.

"Men moet het den keizer nazeggen," vervolgde hij, "dat hij alles in het werk stelde, om uwe verdiensten te prijzen, en met mildheid herinnerde hij aan de heiligheid van het gastrecht, maar—de meerderheid eischt uw dood, alleen is men het nog niet eens met elkaar op welke wijze deze moet plaats hebben.

Als men u wil ophangen, heeft men zulk een reuzengrooten galg noodig, dat alleen gijzelf die zoudt kunnen timmeren, en eenigen twijfelen of gij dit wel zoudt willen doen.

Onthoofding door middel van een bijl zal veel te lang duren. Bolgolam en Flimnap zijn overigens van meening, dat zulk een dood veel te eervol en te aangenaam voor een verrader is.

Toen opperde iemand het plan om uw huis terwijl gij sliept aan alle vier hoeken aan te steken en voor het geval, dat gij dan zoudt vluchten, moesten 20.000 boogschutters met vergiftige pijlen op u schieten. Daartegen kwam men op, omdat zulk een reuzenvuur een groot gevaar voor het heele land zou kunnen worden en men overlegde of het niet het beste zou zijn als uwe bedienden heimelijk een zoo scherp vergift in uw hemd zouden gooien, dat zoo bijtend was, dat het uw hemd met uw vleesch zou verteren[5].

Eindelijk gelukte het den keizer den schatbewaarder Lalkol op zijne zijde te krijgen, en daarna kreeg Reldresal, die zich als een waarachtig vriend van u gedroeg, het woord. Hij gaf toe, dat uw misdaad heel groot was, maar grooter nog was, zooals iedereen op dezen aardbodem wist, de genade van onzen geliefden keizer. Hij verzocht dringend, met het oog op de belangrijke diensten, die gij het land hebt bewezen, u het leven te schenken en u slechts de oogen uit te steken. De rechtvaardigheid en zachtheid van dit vonnis zult u zelf wel moeten erkennen. Door uw blindheid vermindert uw lichaamskracht niet. U zou dan ook in het vervolg den keizer van nut kunnen zijn. Ja, blindheid verhoogt zelfs moed, omdat een blinde nooit de gevaren ziet. Ten slotte is het ook voldoende, dat gij in het vervolg door de oogen van de ministers ziet; want de wijste en grootste vorsten zijn gewend niet anders dan zóó te zien.

Deze raad vond ondertusschen vooral bij Bolgolam, den heftigsten weerstand.

Woedend sprong hij op en riep: "Ik ben werkelijk zeer verwonderd, dat een hooge beambte en dienaar van Zijne Majesteit het voegzaam acht, de partij op te nemen voor een beslist hoog- en landverrader. De zoogenaamde diensten en verdiensten van dezen misdadiger, die de vorige spreker noodig vond op te sommen, bezwaren hem juist van het standpunt der hooge politiek gezien. Kan dit monster niet met dezelfde jas waarmeê hij het vuur uitdoofde een vonk aanwakkeren tot den meest verwoestenden brand? Kan hij niet de verschrikkelijkste overstroomingen te weeg brengen wanneer het hem invalt in een onzer zeeën of rivieren te baden? En kan hij niet, wanneer hij dit wil, de vijandelijke vloot evengoed naar den overkant brengen, als hij hem gehaald heeft? Alles wat men ten gunste van dezen misdadiger kan aanvoeren kan slechts tegen hem pleiten en daarom ben ik van oordeel, dat deze dik-eiïge op de vreeselijkste wijze ter dood moet worden gebracht. Jawel, ik zeg "dik-eiïge". Gij zult zeggen: "nog niemand heeft hem een ei zien eten". Mijne heeren, juist dàt maakt hem verdacht. Zelfs wanneer hij nog nooit in zijn leven een ei zou gegeten hebben, dan nog zou ik zeggen: "het verraad begint in het gemoed, en in zijn gemoed slaat hij het kopje van het ei er aan den dikken kant af," daarvoor durf ik mijne hand in het vuur te steken."

Zoo raasde en tierde de admiraal en Flimnap was het met hem eens. Hij somde een lange rekening van de kosten op, die het land voor u heeft moeten maken, en, zei hij, wanneer men u blind zou maken, zou dit nog erger worden. "Men heeft beweerd," zoo besloot hij zijne redevoering, "dat er geen wettige bewijzen tegen den menschberg te vinden zijn, maar ik ben van meening, dat deze niet noodig zijn als men van iemands schuld overtuigd is. Het hangt heelemaal van den rechter af wat hij als bewijs wil laten gelden en wat niet. Onze overtuiging is ons bewijs en krachtens onze overtuiging is hij schuldig en moet hij ter dood veroordeeld worden."

Na langdurig heen en weer gepraat besloot men 1e tot oogen uitsteken, 2e tot hongerdood, omdat dit laatste den schijn heeft of gij vanzelf zijt gestorven. Inderdaad is het heel natuurlijk, dat een mensch dood gaat als hij niets meer te eten heeft.

Natuurlijk was dit vonnis den admiraal veel te zacht, en hij had er nog heèl wat over te zeggen.

Over drie dagen zal uw vriend en beschermer Reldresal bij u verschijnen. Hij zal u dan het vonnis voorlezen en u wijzen op de buitengewone mildheid en de groote genade van den keizer.

De keizer is er vast van overtuigd, dat gij dankbaar zult zijn voor zooveel onverdiende genade en goedheid.

Gij weet nu waaraan gij u te houden hebt. Draag mij nu weer naar buiten; ik moet zoo gauw mogelijk naar huis anders zou ik nog ontdekt kunnen worden."

Onder de warmste dankbetuigingen bracht ik mijnen gast naar buiten. Op een vooruit afgesproken teeken verschenen zijne bedienden weer, en een oogenblik daarna was de draagstoel in het donker van den nacht verdwenen.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings