← Table of contents
Algemeene Geschiedenis in Verhalen

8. Solon en de Atheners.

Reading edition

1. De beroemdste stad van Griekenland is Athene. Zij zou door den Egyptenaar Cekrops, een tijdgenoot van Mozes, gebouwd zijn. Onder haar koningen wordt vooral Theseus herdacht, omdat hij Athene onafhankelijk en machtig maakte. In den tijd, toen Rome gesticht werd, in de 8ste eeuw voor Chr., ontstond er in Athene een republiek, aan welker hoofd een archont of staatsregeerder gesteld werd. Toen zich twisten openbaarden tusschen adel en burgers, zocht Drako met veel strengheid orde te maken. Dat verbitterde echter de gemoederen nog meer en er zou voorzeker een burgeroorlog ontstaan zijn, als de wijze Solon geen nieuwe wetten gegeven had. Solon stamde van de oude Atheensche koningen af, had zich op reizen groote beschaving verworven en was wegens zijn rechtschapenheid algemeen bemind. — 594 v. Chr.

De eerste wetten, die Solon gaf, verlichtten den schuldenlast der armen, daar zij de interestrekening matigden en de persoonlijke verpanding van den schuldenaar en zijne familie afschaften. Daarop verzachtte Solon de harde straffen van Drako en zorgde voor betere behandeling van slaven en vreemdelingen. Hierop verdeelde hij het geheele volk in 4 klassen en bepaalde daarnaar de plichten en rechten van ieder. De hoogste waardigheden, die der negen archonten, kon slechts de eerste klasse bereiken. Naast de archonten stond de raad van vierhonderd, die jaarlijks uit de verschillende klassen gekozen werden. Over alle gewichtige vragen van oorlog en vrede moest de volksvergadering gehoord worden, waarin ieder vrij burger, die 20 jaren oud was, stemmen mocht. Daarenboven was er nog een rechtbank van leden, die voor hun leven benoemd waren en het opzicht over het openbare leven der burgers hielden, terwijl zij ook het hoogste gerechtshof vormden. De eigenlijke staatsmacht berustte bij de volksvergadering, wier werkzaamheid alle geesteskrachten opwekte en veel tot de algemeene beschaving bijbracht.

2. De jeugd, die lang in het ouderlijk huis bleef, werd niet zooals in Sparta, enkel lichamelijk, maar ook geestelijk ontwikkeld. Vooral moest zich de jonge Athener daarin oefenen, zijn gedachten schoon en vloeiend uit te drukken. Wie een betrekking in den staat bekomen wilde, moest noodwendig wetenschappelijk gevormd zijn. De schoone kunsten, zooals muziek en schilderen, stonden in hoog aanzien. De geheele stad moest uit vlijtige en beschaafde burgers bestaan. Ledigheid was streng verboden. Als het gevolg dezer wijze verordeningen ontwikkelde zich een schoon volksleven. Handel en nijverheid bloeiden, en in de kunsten en wetenschappen heerschte de grootste wedijver, zoodat Athene de koningin der steden, de leermeesteres der volken werd.

3. Hoewel Solon zijn staatsinstellingen niet voor zonder fout hield, wenschte hij toch, dat zij minstens 10 jaar lang onveranderd nageleefd zouden worden. Toen de Atheners hem dat beloofd hadden, ging hij weder reizen, waarbij hij ook koning Croesus van Lydië bezocht. Het duurde echter niet lang of er braken in Athene onordelijkheden uit en Solon moest zien, dat zijn werk niet duurzaam was. Uit verdriet daarover verliet hij zijn vaderstad en ging naar Cyprus, waar hij spoedig daarna overleed.

In Athene ging het als in bijna alle Grieksche staten: gelijk de koninkrijken van den ouden tijd door republieken waren vervangen, zoo wierpen zich in deze personen op, die zich van de alleenheerschappij meester maakten, en daarom tirannen heetten. Zoo ook hunne opvolgers, al was hun bestuur volstrekt niet tiranniek, overeenkomstig de tegenwoordige beteekenis van dat woord. De meest bekenden daarvan zijn: Periander van Korinthe, 600, met Solon en Thales van Milete behoorende tot de zeven wijzen van Griekenland, Polycrates van Samos, zoo bekend om zijn geluk en voorspoed, en Pisistratus in Athene. Na tweemaal verdreven te zijn, nam deze (540) ten derden male de teugels van ’t bewind alleen in handen, en werd na eenige jaren opgevolgd door zijn zoon Hippias. Deze liet zooveel invloed toe aan zijn broeder Hipparchus, dat zij gewoonlijk in één adem genoemd worden. Nog eenige jaren verneemt men van geen verzet tegen deze oppermacht van enkelen. Maar in 512 werd Hipparchus om eene persoonlijke reden gedood door Harmodius en Aristogiton, waarop Hippias wantrouwend werd. In 510 werd hij verdreven en de republiek hersteld.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings