← Table of contents
Algemeene Geschiedenis in Verhalen

5. De Grieken.

Reading edition

1. Griekenland is aan drie kanten door de zee omringd, en in ’t noorden, waar het met het vaste land samenhangt, wordt het door hooge gebergten begrensd. De zee vormt tallooze en groote bochten, waardoor de scheepvaart zeer gemakkelijk wordt gemaakt. De bodem is bergachtig en bevat eene menigte kleine landschappen die meest alle vruchtbaar en bekoorlijk zijn. Het oude Griekenland, een beetje grooter als het nieuwe, was om zijn schoonheid zeer beroemd. Men onderscheidt van het noordelijke deel des lands het schiereiland Morea, vroeger Peloponnesus genoemd, waarbij nog vele eilanden behooren. De Grieken hadden ook talrijke nederzettingen aan de kusten van de Middellandsche zee, voornamelijk in klein-Azië en Italië (bladz. 32.) Griekenland werd door veel kleine volksstammen bewoond, die uit Azië afkomstig waren. Onder dezen traden langzamerhand de Hellenen op den voorgrond, wier naam nog heden bestaat en met dien van Grieken één is. Verscheidene sagen wijzen er op, dat ook vreemde volksstammen naar Griekenland kwamen, die reeds een hoogeren graad van beschaving bezaten, namelijk uit Egypte en Phoenicië. Naast deze sagen zijn vooral beroemd die, welke van groote helden vertellen, b.v. van Hercules.

2. De Grieken vereerden veel goden en godinnen, die zij zich geheel menschelijk voorstelden, terwijl zij hun een hoogere macht toeschreven. De koning der goden was Zeus of Jupiter, die naar de schikkingen van het noodlot alles bestuurde, en met de hemellingen op den Olympus, een berg in Thessalië, in het noorden van Griekenland, woonde. De bode en middelaar tusschen goden en menschen was Hermes of Merkurius, die met een staf en vleugels aan de hielen afgebeeld werd. De Muzen waren de beschermsters der muziek en andere kunsten. Behalve dat dachten de Grieken zich de geheele natuur als bezield en met hoogere wezens vervuld. Elke beweging in de natuur scheen hun een werk van de een of andere godheid te zijn. Ook in het innerlijke der menschen werkten de godheden als rechters van gezindheden en handelingen.

De Grieken geloofden ook, dat de goden soms uit hun hemelsche woningen op de aarde nederdaalden en hier op geheimzinnige wijze van de toekomstige dingen spraken. Als uitverkoren woonsteden der goden en hunner openbaringen golden vooral zulke plaatsen, waar schrik der natuur of heilige herinneringen tot geloovige aandacht stemden. Daarheen deden de Grieken bedevaarten, om bij de priesters raad te halen, als er gewichtige aangelegenheden te beslissen waren. Zulke door de priesters medegedeelde uitspraken werden orakels genoemd en onvoorwaardelijk geloofd. Ook machtige personen eerden de orakels, daar zij zich gunstige antwoorden wisten te verschaffen en zoo hun plannen gemakkelijk uitvoeren konden. Het beroemdste orakel van Griekenland was te Delphi, aan den voet van den berg Parnassus, in het midden van het land.

3. De Grieken waren een vriendelijk, levenslustig volk en beminden spel en dans, ook bij de heilige feesten. Er waren verscheidene plaatsen, waar regelmatig alle 4 jaren geheel Griekenland tezamenkwam om groote spelen te vieren. Deze bestonden uit wedloopen, wagenrennen, worstelen, vuistgevechten, springen en dergelijke. Naast den lichamelijken wedstrijd was er ook een geestelijke, daar dichters, redenaars en kunstenaars hun werken voordroegen. Dan waren er vroolijke feesten, die meestal 5 dagen duurden. De namen der overwinnaars werden uitgeroepen en met gejuich door de aanwezenden herhaald. De prijs der overwinnaars was slechts een olijventak die het echter aan roem van een koningskroon won en niet slechts hem, die hem behaalde, maar ook zijn familie en vaderstad verheerlijkte. Onder de nationale spelen der Grieken waren de Olympische — naar Olympia, een vlek op Morea, genoemd — de beroemdste. Naar deze werd de tijdrekening bepaald en men noemde een tijdruimte van 4 jaren, met 776 v. Chr. beginnend, een olympiade.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings