← Table of contents
Algemeene Geschiedenis in Verhalen

13. Epaminondas en Pelopidas.

Reading edition

1. Sedert den val van Athene kende de overmoed der Spartanen geene grenzen meer. Zij hielpen hunne stamgenooten in het naburige werelddeel tegen de Perzen, en hun koning Agesilaus veroverde de geheele westelijke helft van Klein-Azië. De Perzische koning verwekte toen een oorlog van Korinthe en andere Grieksche staten tegen Sparta (Korinthische oorlog), waarin de zegepraal wisselvallig was. Maar de Spartanen gaven liever hunne overwinningen in Azië op dan hunne overmacht in Griekenland, en sloten daarom in 387 den vrede van Antalcidas, den bewerker, die aan den Grieksch-Perzischen oorlog en aan dien der Grieken onderling een einde maakte. Midden in den vrede overvielen de Spartanen nu Thebe, waar inwendige tweedracht bestond, en stelden er een aristocratisch bestuur in, gelijk 20 jaar vroeger in Athene. Verschrikt vluchtten vele Thebanen uit de stad en wendden zich naar Athene. Hier verzamelden zij zich onder hun hooghartigen medeburger Pelopidas, om hun vaderstad weder te bevrijden. Het gelukte hun ook. De tyrannen werden bij een vroolijk gelag door sluipmoordenaars van kant gemaakt, en de Spartaansche bezetting moest zich spoedig overgeven.

Wat Pelopidas koen begonnen was, voltooide zijn vriend Epaminondas. De beide mannen waren van hun vroegste kindsheid af door innige vriendschap verbonden geweest, ofschoon hun uiterlijke omstandigheden zeer verschillend waren. Pelopidas was een der rijkste burgers, Epaminondas een der armsten. Dikwijls had Pelopidas zijn rijkdom willen deelen met zijn vriend, maar nooit had deze het geringste willen aannemen. Epaminondas leefde uiterst eenvoudig en bescheiden, was geheel zonder aanmatiging en streefde nooit naar eereposten. Maar toen het vaderland zijn diensten verlangde, was hij dadelijk bereid. Men mocht hem een hoogen of nederigen post aanwijzen: steeds nam hij hem met de grootste nauwkeurigheid waar. Toen een Perzisch gezant met zakken geld tot hem kwam om hem om te koopen, zeide hij: „Als de voornemens van uwen koning voordeelig zijn voor mijn land, heeft het uw geld niet noodig; zijn zij echter schadelijk, dan zal uw goud mij niet tot een verrader maken. Verlaat dadelijk de stad, opdat geen anderen door u verleid worden.”

Deze rechtschapen man stond nu aan het hoofd van het Thebaansche leger, om de vijandelijke Spartanen te bestrijden. Zijn vriend Pelopidas had het bevel over een bijzondere afdeeling van Thebaansche jongelingen, die zich door een plechtigen eed verbonden te overwinnen of te sterven. Dat was „de heilige schaar”, die uit 300 man bestond. Bij Leuktra, een stadje niet ver van Thebe, kwam het tot den strijd, waarbij de 5 maal zoo talrijke Spartanen verslagen werden. Nu was Thebe de eerste stad van Griekenland.

2. De koene Epaminondas zocht nu spoedig de Spartanen in hun eigen land op. Toen dezen voor het eerst sedert eeuwen een vijand voor hun stad zagen, waagden zij het uiterste en riepen zelfs de Atheners, hun oude tegenstanders, te hulp. Toen had er een bloedige slag plaats bij Mantinea, 362. — De Thebanen overwonnen, maar Epaminondas viel. Twee jaar vroeger was reeds Pelopidas gevallen. Met deze beide helden zonk ook Thebes grootheid en roem. De rust van Griekenland was weg. Telkens nam de eene stad de wapenen op tegen een andere, tot er eindelijk een vreemde heerschappij kwam, die alles onderwierp.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings