7. Lycurgus en de Spartanen. — 888 v. Chr.
Reading edition
1. In Sparta, een stad in ’t zuidoosten van den Peloponnesus, leefde een oorlogzuchtig volk, dat zijn wetten van Lycurgus ontving. Deze beroemde man was volgens de overlevering van koninklijke afkomst en had zich op reizen naar Kreta, Egypte en Klein-Azië belangrijke kennis verworven. Hij ordende de staatsregeering op de volgende wijze. Naast de twee koningen, die sedert ouden tijd in Sparta regeerden, werd er een raad van 28 leden samengesteld, die minstens 60 jaar oud zijn moesten en door het volk voor het overige van hun leven gekozen werden. Deze raad der ouden maakte met de koningen de wetten en legde ze der volksvergadering voor. Hier mocht elk Spartaan, die 30 jaren oud was, verschijnen en meêstemmen. Behalve dat waren er nog opzieners, die als wachters van de wetten iederen burger en iederen beambte, zelfs de koningen rekenschap konden vragen. Lykurgus deed ook zijn best, het vermogen en de levenswijze der Spartanen gelijk te maken. Hij liet daarom een nieuwe verdeeling der landerijen plaats hebben en beval gemeenschappelijke maaltijden. Opdat het verkeer naar buiten niet te groot zou worden, voerde hij ijzer geld in, tot welks wegbrenging men wagens hield. De stad zou geen muren hebben, opdat de burgers altijd tot den strijd gerust zouden zijn. Zoo werden de Spartanen een beroemd oorlogsvolk. Hun zwaarden waren kort, opdat zij den vijand goed naderen zouden. De bebouwing van het veld werd den Heloten overgelaten, d. i. den ouden inwoners, welke de Spartanen na langen strijd overwonnen en tot slaven gemaakt hadden. Het leven der Heloten was zeer treurig; zij werden als dieren behandeld en dikwijls zonder noodzaak vermoord.
2. De opvoeding der jonge Spartanen was hard. Slechts de krachtige kinderen werden geduld en deze moesten zich op allerlei wijze verharden. Zij liepen half naakt en sliepen op een strooleger. Zij moesten honger en dorst, vorst en hitte, ja de gevoeligste pijnen leeren verdragen. Met hun zevende jaar behoorden de jongens den staat en kwamen onder streng opzicht. Zij moesten flink loopen, klauteren, zwemmen en zich over ’t geheel lichamelijk ontwikkelen. Op den ouderdom van 18 jaar trad de jonge Spartaan in den krijgsdienst. De meisjes moesten ook gymnastische oefeningen maken. Eerbied van jonge lieden tegenover de oudere was streng bevolen. Van veel spreken werd niet gehouden, aan korte antwoorden de voorkeur gegeven. Daardoor bekwamen de Spartanen, ook wel Lakoniërs geheeten, zulk een bedrevenheid in het geven van bepaalde, korte antwoorden, dat men die nog heden lakonisch noemt.
3. Nadat Lykurgus zijn wetten ingevoerd had, liet hij de burgers zweren, zijn wetten na te leven, tot hij van een reis in ’t buitenland teruggekeerd was. Daarop vertrok Lykurgus en kwam niet terug. Zoo hadden de Spartanen zich met een eed verbonden zijn inrichtingen te laten bestaan. Zij werden daardoor een sterk, dapper volk; maar zij vervreemdden ook van zachtere, menschelijke gevoelens.