Van het wijs retireren van een Zee-Roover.
Reading edition
In het Iaer 1638. waſſer tot Argiers een Turckſe Soldaet, die verſcheyde Reyſen op Zee ghedaen hadde, als ſimpel Soldaet, ende hebbende met grootelijcx te menageren de ſomme van twee hondert ſtucken van achten verkregen, preſumeerde hy by zijn ſelven dat hy Rijck ghenoegh was om een Capiteyn ende Reeder te zyn. Hy kochte een kleyn Scheepje ’t vvelck koſte Zeylen ende geroeyt vvorden als het ſtil vvas. Hy ſtelde een Vlagge op ſijn Schip tot een teecken, dat die de Zee met hem vvilden varen, aen Boort ſouden komen: Hy kreegh 16. Turckſe Soldaten ende Gerenegeerden: Sy begoſten de Zee te kruyſſen op de Spaenſe Kuſt tuſſchen S. Lucar ende Cadix. Eenige Coopluyden van Cadix hadden voorghenomen in een Enghels Schip ’t welck inde Haven van S. Lucar lagh 60. Balen Silver te brenghen. Om dit voornemen te doen ghelucken ſonder ondeckt te worden (want men magh ſonder permiſſie vande Coningh geen Gelt op Lijf-ſtraffe uyt het Landt ſenden) hadden deſe Coop-Luyden geaccordeert met ſeeckere perſoon: die onder goede conditien ſich verobligeerde de voorſz 60. Baren Silver aen Boort van het Engels Schip te brengen. Volgens het Contract komt hy ’s nachts waer het Silver was, vergeſelſchapt met 18. avonturiers, gewapent met Rappieren, kleyne Rondaſſen, ende vier Muſquetten, zijnde Wapenen genoegh om haer te beſchermen tegens de Officiers vande Iuſtitie. Sy deden het Gelt in een kleyne Barck, om het ſelfde in het Engels Schip te brengen. De voorſz kleyne Turckſe Zee-Roover, vernam haer ende approcheerde. ’t Welck de Spaignaerts ſiende, verwachten haer met reſolutie, indienſe aen Boort quamen, met het Rappier inde Handt in het Turckſe Schip te ſpringen, ende haer alle te dooden. De Turcken begoſten te ſchieten, ende alſoo de Spaignaerts met hare Muſquetten kouwelijck antwoorden, oordeelde terſtont de Turckſe Capiteyn die den Oorlogh verſtont, dat de Chriſtenen geen Vier-Gheweeren hadden, en beval datmen niet meer ſoude approcheren, maer gedurigh van verre af te ſchieten: ’t welck ſy deden, ende na een uyrs gevecht, vier avonturiers ghedoodt ſijnde, ende andere gequetſt, heeft de reſt haer overgegeven op de genade vande Turcken, die ſonder vertoeven het Silver ende de Gevangens in haer Schepen namen, latende de Spaenſe Barck neffens vier doode Lichamen op de ghenade van de golven. Deſe Barck met de vier doode Lichamen wierde drie daghen daer na dight by S. Lucar aen Landt geworpen, alwaer ick doen ter tijdt was. De Turckſe Capiteyn keerde wederom na Argiers, alwaer hy gekomen zijnde, den Buyt na de ghewoonte loſte, ofte om beter te ſegghen na de ordinantie vande Baſſa, te weten de helft voor hem ſelven, om dat hy alleen Reeder daer van was, ende d’ andere half voor de Soldaten. Wanneer het achtſte part voor de Baſſa afgetrocken was neffens andere onkoſten, was het gedeelte vande voorſz Capiteyn, van dertigh Baren Silver, weerdigh ſijnde dertigh duyſendt ſtucken van achten. Deſen Capiteyn verkreegh neffens dit Gelt veele Vrienden. Eenighe voorneme Zee-Roovers wilden hem het commandement gheven vande voornaemſte Schepen van Argiers, maer hy als wijs ſijnde, dede haer dit antwoordt: Ick hebbe mijn leven menighmael in perijckel gheſtelt, om 200. ſtucken van achten te winnen, welcke ſomme niet ſuffiſant was om mijn leven mede te eyndigen, ſonder wederom in het perijckel te gaen: Nu ick genoeg hebbe om aen Land op mijn gemack te leven tot het eynde van mijn daghen, houde ick de ſpot met het perijckel van de Zee. Hy trouwde met de Dochter van een Tagarijn die ſeer Rijck was, ende leefde na zijne qualiteyt ſeer gheluckigh ſonder ſich met yets te moeyen.