← Table of contents
Turckse slavernie

Van de onbedachte yver, ende vanden voorſichtighen yver.

Reading edition

Wanneer ick inde Mamore van Tituan was, quam een Moorſe Vrybuyter inde Mamore met een beelt van onſe Lieve Vrouwe in Houdt gheſneden, het welcke hy op een Chriſten Schip ghenomen hadde, preſenterende het ſelfde te verkopen. Alle de Spaenſe Slaven vergaderde haer daer rontſom, preſenterende een Goude Kroon, op dat aen het beelt geen verachtinge ofte ongelijck ſoude gheſchieden. De Moor ſiende den goeden yver van de Chriſtenen, ſeyde haer datter vier mael ſoo veel moſte ſijn, ende indien gy het niet geven wilt, ſal ick het verbranden.

De goede Spaignaerts waren in groote bekommerniſſe over de dreygementen van den Barbaer, ende delibereerden oftſe den Moor ſouden gheven ’t gene hy eyſchte: Ende om deſe ſomme te vinden, wilde het meeſtendeel vande Spaignaerts contribueren alles wat ſy hadden: Want die inde Mamore een ſtuck van achten kan verteeren, en heeft van armoede niet te klagen.

Ick ſagh aen ’t gene aldaer paſſeerde ſonder een woordt te ſpreecken; Op het laetſte moeyde ick my daer mede, ende ſeyde tot de Spaignaerts. Dit beelt is ſoo veel niet waert: Zy antwoorden my terſtont: Wy koopen het beelt niet om ſijn waerde, Maer op dat het geen ongelijck ſoude lijden. Ick ſeyde haer. Uwen yver is ſeer goet, maer conſidereert ghy niet dat deſen Moor met de vier Goude Kroonen uyt de Mamore ſal gaen voor een beelt dat geen vier Realen weerdigh is: Hy ſal door de gantſche Stadt gaen publiceren dat de Chriſtenen Afgoden-Dienaers ſijn: Ter naeuwer noot wilden de yverighe Spaignaerts mijn reden verſtaen, ende ick liep groot perijckel van voor een Lutheriaen ghehouden te worden. Maer ick kreegh een groot ſecours van een Pater Dominicaen, die mede Slaef inde Mamore was, ſijnde een Man van een goet leven ende ſeer geleert. Ick vertelde hem ’t ghene paſſeerde tuſſchen de Spaignaerts ende de Moor. Deſen goeden Pater gaet terſtont met een yver ghefondeert op voorſichtigheydt, na de Moor toe, ende ſeyde hem. Wilt gy een ſtuck van achten voor het beelt hebben, men ſal het u geven, ſoo niet, gaet ende doet met het beelt wat ghy wilt, ende vertreckt van hier, ofte anderſints ſullen de Chriſten Slaven u duyſendt ſlagen met Vuyſten geven. De Moor ſiende den Religieus ſoo reſoluyt, en ſprack geen rodomontaden meer, noch dat hy het beelt ſoude verbranden, maer was wel blijde het ſtuck van achten te hebben, gevende het beelt: Indien de Spaignaerts vier goude Kroonen gegeven hadden, ſouden ſy haer Geldt verloren gehadt hebben, de Moor ſoude haer beſpot hebben, ende de Catholijcke Religie veracht: maer den goeden yver van deſen Religieux vergeſelſchapt met voorſichtigheyt, conſerveerde het gelt van de arme Slaven, gaf vreeſe aen den Barbariſchen Moor, ende dede de Mahometanen ſien, dat de eere die de Catholijcken aen de beelden geven, niet beſtaet in de materie, gelijck de onwetende geloven.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings