← Table of contents
Turckse slavernie

Een nieuwe Slaef moet ſich van yder een miſvertrouwen.

Reading edition

Niet dat ick ſeggen wil daer door, dat een nieuwe Slaef alle de perſoonen die haer ſpreecken voor Verraders moet houden: Godt verhoede my van ſoodanighe dwalingen dat ſouden al te groote miſvertrouwen ſijn: Maer hy behoort te dencken datſe bedriegers konnen ſijn. Daerom is het noodig dat hy voor eenige tijdt diſſimuleere, tot dat hy ten vollen geinformeert ſy welcke bedriegers, ende welcke oprechte Luyden ſijn.

Terwijl ick Slaef tot Argiers was, waſſer een ſeer Rijcken Jode, genaemt Ciſcas, de welcke om geinformeert te ſijn vvat voor Chriſten Slaven een goet rantſoen ſouden konnen betalen, deſe practijcke gebruyckte: Hy hadde door een Turck doen koopen voor ſijn Rekeninge een Chriſten Slaef, vvant de Joden mogen geen Chriſten Slaven hebben; De Turck ſeyde dat de voorſz Slaef hem toe quam, ende dat hy hem aende Jode maer en leende om hem in ſijn Huys te dienen. Maer den grooten dienſt die hy hem dede, was, dat wanneerder eenige Brieven quamen voor Chriſten Slaven, van welcke het opſchrift in Nederduyts was, de Slaef den inhout der ſelfde ſijn Meeſter voor las ende uytleyde: Ende alſoo meeſt alle de commercie in Barbarie door de Joden gedaen wordt, komen alle de Brieven van de Coopluyden in haer Handen. Door deſe middel wiſten deſe Joden door het tuſſchen gaen van eenige Turcken ſijne Vrienden de Chriſtenen te dwingen om de laetſte Stuyver van haer rantſoen te betalen.

Deſe Verrader Slaef ging alle daegs na de Zee-Kant, wanneermen eenige Hamburgſe ofte Hollantſe Prijſen inbracht, ende wanneer de nieuwe Slaven aen Landt quamen, begon hy met haer te kouten, ſeggende: Vrienden ende Landts-Luyden van waer komt gy? Voorwaer ick ben ſeer bedroeft over u ongeluck. Ick bidde u neemt couragie, ende komt u wat ververſchen met een dronck Wijn met my: Gy ſult my vrindtſchap doen. Deſe nieuw gekomen Luyden antwoorde, wy hebben geen Gelt, ende wy konnen ſonder permiſſie van hier niet gaen. Doe ſeyde hy, wat de permiſſie aengaet, ick ben genoegh bekent, ick ſal wel permiſſie verſoecken, ick meene datſe my niet geweygert ſal worden, ende aengaende Gelt, Godt danck, ick hebbe noch om een Vrindt te tracteren. Hy verſocht de permiſſie: de Turcken die met ſijn Meeſter accoort waren, ſtonden die toe.

Ende dien dobbelen Verrader brachte deſe onnoſele Perſoonen na de Herberge, haer doende wel drincken, ende haer toe-wenſchende een goede Patroon: Wanneer hy merckte datſe begonnen droncken te worden, begoſt hy de netten te ſcheren om ſijne ſaecken in’t werck te ſtellen: Haer doende ghelooven dat hy veel Slaven geholpen hadde om haer vryheydt te krijgen, ende dat hy noch de ſelfde macht hadde.

De arme onnoſele menſchen, die het herte vol droefheydt hadden, de buyck vol Wijns, ende het Hoofdt daer door verſet, geloofden lichtelijck de vvoorde van dien Verrader, ende hy ſeyde haer, ſout ghy vier ofte vijf hondert ſtucken van achten konnen geven om u vryheydt te krijgen? Somvvijlen ſeyde ſy ja, ende al ſoude het duyſent ſijn, ſouden vvy daer over niet bekommert ſijn, want wy hebben onſe Reeders, die ſoodanige Luyden ſijn, ſoo wel gedient, datſe ons niet ſullen laten gebreck lijden, voornamentlijck alhier: De andere ſeyden, Ick hebbe noch een Huys dat my toe komt, ende ſoo voorts.

Wanneer dien geveynſde Verrader wiſte alles dat hy begeerde, betaelde hy ’t gene verteert was, ende brocht de nieuwe Slaven wederom in het Huys van de Reeders, alwaer ſy moſten blijven tot datſe verkocht waren.

Van daer gingh hy aende Jode rapport doen van alles dat de Chriſtenen gheſeydt hadden, ende wanneer deſe Slaven op de Marct quamen, kocht haer d’ een of d’ ander Turck die met de Jode gheaccordeert was, ende dan gingh dien Verrader aen de nieuw verkochte geluck bieden, ſeggende, Godt danck, gy hebt een goede Patroon, hy is een Vrindt van de Jode daer ick by woone, indien ghy begerigh zijt te accorderen over u rantſoen, ick kan u een goeden dienſt doen. Deſe nieuwe Slaven waren ſeer blijde ſoodanighe woorden te hooren, ende alſoo deſen Verrader het ſecreet wiſte, ghebeurde het menighmael dat de Jode met twee ofte drie duyſendt ſtucken van achten, duyſendt ende meer won: Hy was wel hondert duyſendt ſtucken van achten Rijck, ende alle de Meubelen van ſijn Huys, waren geen thien Kroonen waerdigh. Wanneer deſen Chriſten Verrader yets met goet ſucces gedaen hadde, ontfing hy goede ſalaris: Maer Godt wilde dat hy van alle de Slaven ſoo uyt geroepen wierde, datter niemant met hem wilde te doen hebben: Ende de nieuwe Slaven wierden gewaerſchout, datſe haer van dien Verrader ſouden wachten.

Wanneer wy daer gekomen waren, quam hy oock by ons: Zijn gewoonelijcke complimenten maecken: Maer wy waren van andere gheadverteert als ick op een ander plaets gheſeydt hebbe. Wanneer yemant door ongeluck in Slavernye geraeckt is, ende al te vroegh ſijn liberteyt is wenſchende, heeft hy een gelijcke ſucces als de onervaren Swemmers doen, de welcke in het Water gevallen ſijnde doen door vreeſe van te verdrincken, ſoo veel kracht met haer Armen, datſe terſtont moede worden, ende haer al te groote neerſtigheydt, is de oorſake van haer ondergang.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings