← Table of contents
Nederlandsche Insecten

XXI. DE NAMEN DER INSECTEN.

Reading edition

In de Hollandsche namen der insecten ligt gewoonlijk de een of andere eigenaardigheid der dieren opgesloten, die in verband staat met het voedsel, met den tijd van het jaar, met de plaats, waar het dier leeft, de wijze van voortbewegen, enz. enz.

Die volksnamen zijn vaak zeer sprekend.

De overgroote meerderheid der Nederlandsche insecten heeft evenwel geen Hollandschen naam; de oorzaak hiervan ligt in de omstandigheid, dat de spraakmakende menigte wel groote en algemeen voorkomende insecten ziet, maar de kleinere niet.

De mannen der wetenschap evenwel hebben aan alle bekende insecten een naam gegeven, die ontleend is aan ’t Latijn of ’t Grieksch. Die namen gelden dan voor de heele wereld. Voor de wetenschap zijn deze namen een groot gemak.

Een wetenschappelijke naam bestaat uit 2 deelen: een geslachts- of familienaam en een soort- of voornaam. ’t Is evenwel de gewoonte den voornaam achter den familienaam te zetten. Deze wijze van benoeming danken wij aan Linnaeus, een groot natuurkenner, die leefde van 1707 tot 1778.

Een zelfde benoemingswijze treffen wij aan bij de planten; ook die is te danken aan Linnaeus.

De gerande watertor (28) heet Dytiscus marginalis. De geslachts- of familienaam Dytiscus beteekent, dat deze kever goed duiken kan; marginalis, de soortnaam, beteekent „gerande”.

Van de Vanessa’s, die mooie dagvlinders, kennen we verschillende soorten: Vanessa urticae (112), V. polychloros (114), V. Io (115), V. antiopa (116), V. atalanta (117). Zij behooren allen tot de familie of het geslacht Vanessa, welk woord fakkel of zon beteekent en er zeker op wijst, dat deze vlinders alleen bij zonnig weer vliegen. Wat nu de soortnamen betreft, zoo beteekent urticae (spreek uit: urtisee) dat deze rups op brandnetel (urtica) leeft; polychloros beteekent: „veelkleurige”, terwijl Io, antiopa en atalanta Grieksche meisjesnamen zijn.

In den loop der tijden is het wel voorgekomen, dat nieuw ontdekte of beschreven soorten verschillende namen kregen; daardoor ontstond dan verwarring. Verschillende congressen van dierkundigen hebben al beproefd eenheid in de benaming te krijgen en voor een groot deel is dit ook wel gelukt, doch geheel zuiver is de toestand nog niet. Sommige insecten hebben daardoor twee geslachtsnamen en ook wel twee soortnamen; een oude en een nieuwe. Wij hebben die dan tusschen haakjes geplaatst.

Achter den soortnaam wordt meestal ook de naam van den dierkundige gezet (gewoonlijk afgekort), die het desbetreffende dier heeft beschreven en benoemd. Een L. beteekent Linnaeus. Fab. of F. Fabricius, enz.

Hoewel er reeds vele insecten bekend en beschreven zijn, worden er toch telkens weer nieuwe ontdekt; die krijgen natuurlijk dan een nieuwen naam. Er zijn nog vele streken van de aarde, die uit een entomologisch oogpunt nog geheel braak liggen. Ook zijn wij nog niet geheel bekend met de insecten, die in ons eigen land voorkomen, al zijn de meeste dan ook wel beschreven. Op entomologisch gebied zijn dus inderdaad nog vele nieuwe dingen te vinden; vooral de biologie, de leer van het leven in de vrije natuur, vraagt nog vele beoefenaars. En ieder, wie hij ook zij, en wat zijn maatschappelijke positie ook moge wezen, kan zich verdienstelijk maken voor de wetenschap, door het doen van stelselmatige, correcte, juist beschreven waarnemingen.

Thans gaan wij over tot de beschrijving der afzonderlijke dieren, die op de plaatjes zijn afgebeeld.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings