← Table of contents
Nederlandsche Insecten

XVIII. HET OPZETTEN VAN INSECTEN.

Reading edition

Zullen wij ook insecten gaan opzetten? En we zouden willen vragen: Waarom niet? Als het alleen ons doel is om maar wat dieren opgeprikt te hebben, dan zeggen we, neen, laat dat opzetten maar na. Doch is ’t ons ernstig streven om het maaksel der dieren te leeren kennen, om hen onderling te leeren vergelijken, om den vorm van verschillende organen te bestudeeren, dan hebben wij materiaal noodig, en moeten wij verschillende insecten opzetten.

Wie in dit opzetten iets wreeds ziet, vergist zich zeer, want de insecten worden eerst bedwelmd en sterven dan, zonder pijn. Wij gebruiken chloroform en dat bevalt ons uitstekend. Men kan het aldus aanwenden. Men neemt een reageerbuisje van stevig glas; de wijdte regelt zich naar de grootte van het dier. Op den bodem van het glas brengt men een stukje watten, en giet daarop wat chloroform; het buisje wordt met een kurk luchtdicht gesloten. Wenscht men nu een dier te dooden, dan wordt het vlug in het buisje gebracht, dat direct weer gesloten wordt. Binnen enkele seconden is het dier bedwelmd; bovendien hangt dit af van de hoeveelheid chloroform, die op het watje is gegoten. De chloroformdampen trekken door de luchtbuizen het lichaam in en zonder pijn wordt het dier gedood.

Het dooden op deze wijze is dus in ’t geheel niet wreed. De gewone manier waarop vlooien en andere parasieten, ook steekmuggen, worden doodgedrukt of doodgeslagen, is inderdaad heel wat wreeder. Natuurlijk heeft het altijd iets stootends een dier te dooden, maar daarover moeten wij ons heenzetten. Bovendien is het nog de vraag, wat voor een insect aangenamer is, met chloroform te worden bedwelmd of door een ander dier met huid en haar levend te worden verslonden. Want op dit laatste draait het gewoonlijk in de vrije natuur uit.

Zijn de dieren gedood, dan worden ze opgezet in doozen met een bodem van turf. Die doozen zijn in den handel. Men kan ze ook zelf maken, want turfplaten zijn voor enkele centen te koop. Dit neemt niet weg, dat wij toch maar liever aanraden de doozen te koopen; die zijn keurig afgewerkt en sluiten uitstekend. Een insectendoos moet goed sluiten, anders gaan de dieren schimmelen.

De doode insecten worden met spelden vastgezet; hiervoor worden speciale spelden in verschillende dikte gebruikt; men noemt ze insectenspelden, welke bij de handelaars verkrijgbaar zijn. De gewone huishoudspelden deugen niet; ze zijn te dik en er komt roest bij.

Kevers prikt men gewoonlijk in den bovenhoek van den rechtervleugel; de andere insecten door het borststuk. Al naar de verzamelaar dat zelf wenscht, kan hij de vleugels „spannen”, de pooten „strekken”. Bij vlinders kan ook wel de roltong worden uitgezet.

Heel wat oefening is er noodig om de vleugels van vlinders, libellen, sprinkhanen, netjes te spannen. Men gebruikt daarvoor spanborden; een eenvoudige vorm is een blokje hout, waarin een gleufje is gezaagd. De spanspelden zijn steviger dan de gewone. In het gleufje wordt het lichaam van het insect geplaatst en de vleugels worden links en rechts op het plankje uitgespreid, en vlak gehouden door reepjes papier, die met spelden worden vastgezet. Alleen door veel oefening krijgt men handigheid de vleugels vlak te spannen en niet te beschadigen. Men kan deze dieren ook éénzijdig spannen, door slechts één voor-, en één achtervleugel daarvoor te gebruiken.

Van belang is het, dat bij elk dier een etiket wordt geplaatst, waarop vermeld staan de Hollandsche en Latijnsche naam, de tijd en de plaats, waar het dier gevangen is. Meerdere bijzonderheden, b.v. omtrent het aantal, de aangerichte schade, kunnen in een afzonderlijk schrift worden vastgelegd.

Over het opzetten van insecten zouden we nog veel kunnen schrijven; ook over de verschillende manieren om de dieren te dooden. Maar dan zouden wij te uitvoerig worden. De beginner heeft aan ’t medegedeelde genoeg, en al doende leert men.

[

Inhoud

]

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings